Voorzieningen in natura kunnen in drie vormen worden verleend:
in eigendom
in bruikleen
als persoonlijke dienstverlening
De onder 2 en 3 genoemde vormen zullen het meeste voorkomen. In bruikleen worden de hulpmiddelen verstrekt en als persoonlijke dienstverlening wordt de hulp bij het huishouden gegeven.
Bij roerende woonvoorzieningen kan het voorkomen dat een ondersteuningsbehoevende een voorziening in natura wenst maar dat de bruikleenprijs over de verwachte gebruiksperiode hoger zal zijn dan bij een aanschaf in eigendom. Bekeken moet worden of de ondersteuningsbehoevende geen pgb wenst om de voorziening zelf aan te schaffen. Indien hij dat niet wenst kan de voorziening door de gemeente worden gekocht en in eigendom worden gegeven aan de ondersteuningsbehoevende. Hierbij valt met name te denken aan artikelen die, bij beëindiging van de gebruikperiode, afgeschreven dan wel niet goed meer inzetbaar zullen zijn zoals eenvoudige douche/toiletstoelen.
Bij deze voorzieningen moet dus altijd een kostenafweging worden gemaakt. Bij een verstrekking in eigendom dient ook de eigen bijdrage te worden berekend.
Indien een voorziening van de leverancier niet in bruikleen kan worden verkregen omdat deze niet in het assortiment van de leverancier zit, schaft de gemeente de voorziening in eigendom aan maar verstrekt de voorziening vervolgens in bruikleen aan de ondersteuningsbehoevende.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Voorzieningen in natura
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning