Bij de verantwoording van het pgb dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de verantwoording voor een periodiek pgb en een eenmalig pgb.
Van een periodiek pgb is sprake bij hulp bij het huishouden, vervoersvoorziening en rolstoelen. Van een eenmalig pgb is sprake bij roerende woonvoorzieningen en individuele aanpassingen aan vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
Verantwoording van een pgb vindt in een lichte vorm plaats. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen het pgb voor hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
1. Voor de verantwoording van het pgb voor hulp bij huishouden dient, voorzover de zorgvrager voor verantwoording wordt aangeschreven een verantwoordingsformulier te worden ingevuld en overgelegd aan de gemeente. (Dit is afhankelijk van de gemeente waarin men woonachtig is. De gemeenten Oirschot en Eersel hebben bepaald dat de verantwoording steekproefsgewijs plaatsvindt)
Steekproefsgewijs kan de gemeente het verantwoordingsformulier controleren door onderliggende stukken op te vragen.
Van een pgb voor hhh is 1,5%, met een minimum van € 250,00 en een maximum van €1250,00 op jaarbasis, vrij besteedbaar, zoals dat ook in het kader van de AWBZ mogelijk is.
De verantwoording moet plaatsvinden over het bruto bedrag, d.w.z. het bedrag dat de gemeente voor het pgb heeft betaald.
2. Verantwoording van het pgb voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen vindt plaats door op verzoek van de gemeente een bewijs van de aanschaf of huur van de voorziening te overleggen. De gemeente kan steekproefsgewijs controleren of de voorziening ook daadwerkelijk is aangeschaft of wordt gehuurd.
3. De verantwoording van een eenmalig pgb vindt plaats door op verzoek van de gemeente een bewijs van aankoop te overleggen. De gemeente kan steekproefsgewijs controleren of de voorziening ook daadwerkelijk is aangeschaft.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4.3
Verantwoording van het pgb
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning