Indien er sprake is van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget dient een eigen bijdrage te worden betaald. De eigen bijdrage wordt altijd bepaald en geïnd door het CAK. Bezwaren tegen de hoogte van de eigen bijdrage moeten ook bij het CAK worden ingediend.
Bij de betaling van het persoonsgebonden budget kiest de gemeente voor een bruto-uitbetaling, d.w.z. het volledige bedrag dat men voor het pgb ontvangt, zonder dat de eigen bijdrage er al vanaf is getrokken. Vaak kan, voordat het pgb wordt verstrekt, al worden aangegeven of de ondersteuningsbehoevende nog een eigen bijdrage over het pgb zal moeten betalen. Er wordt gekozen voor een bruto pgb omdat het CAK beschikt over de informatie op grond waarvan bepaald kan worden welke eigen bijdrage iemand verschuldigd is. Bovendien is het voor de ondersteuningsbehoevende ook duidelijker voor welk bedrag hij hulp in kan kopen en over welke bedrag verantwoording aan de gemeente moet worden afgelegd.
De ondersteuningsbehoevende ontvangt jaarlijks een beslissing van het CAK waarin is opgenomen welke eigen bijdrage over welke periode en voor welke voorzieningen is of moet worden betaald. Bij een ongewijzigde situatie in een volgend jaar kan de pgb houder zelf inschatten wat zijn eigen bijdrage zal zijn.
De verantwoordelijkheid voor de inning van de eigen bijdrage ligt bij het CAK. Het debiteurenrisico moet wel door de gemeente worden gedragen. Indien blijkt dat een ondersteuningsbehoevende niet op een juiste wijze met het pgb omgaat kan dat een weigeringsgrond zijn voor het (verder) verstrekken van een pgb.