Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Algemene uitgangspunten

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Een woonvoorziening is erop gericht de beperkingen die iemand in het normale gebruik van de woning ondervindt te compenseren. Het begrip ‘normale gebruik van de woning’ houdt in dat mensen de normale (elementaire) woonfuncties moeten kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning, toegang tot de woning, de verzorging van kinderen. Bij woonvoorzieningen worden een aantal algemene voorwaarden gehanteerd waarvan de definities terug te vinden zijn in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de verordening maatschappelijke ondersteuning. De voorziening is in overwegende mate op het individu gericht (art. 1.2, lid 1 onder e VMO) De voorziening is langdurig noodzakelijk  (art. 1.2, lid 1 onder c  VMO). De voorziening kan, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening worden aangemerkt (art. 1.2, lid 1 onder d VMO). De voorziening is niet voor een persoon als aanvrager algemeen gebruikelijk (art. 1.2, lid 2 onder a VMO). Er bestaat geen aanspraak op de voorziening op grond van enig andere wettelijke regeling (art. 1.2, lid 2 onder c VMO). De ondervonden beperkingen vloeien niet voort uit de aard van de in de woning gebruikte materialen (art. 4.2 onder c VMO). Met het treffen van de voorziening is niet aan aangevangen voordat op de aanvraag is beschikt, De ondersteuningsbehoevende verblijft niet in of verhuist niet naar een AWBZ-inrichting (tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van een woning); Het  betreft een zelfstandige woonruimte in de gemeente (Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot of Reusel-De Mierden) waarin de ondersteuningsbehoevende zijn hoofdverblijf heeft (art. 1.2 onder f VMO). De ondersteuningsbehoevende verstrekt die gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag en laat zich (als hierom gevraagd wordt) bevragen en/of onderzoeken (art. 7.1  lid 2 en 7.4  VMO). De ondersteuningsbehoevende heeft de Nederlandse nationaliteit of is een vreemdeling die rechtmatig verblijf in Nederland houdt. Bij een verzoek tot woningaanpassing ligt het primaat bij een financiële tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten (art. 4.3 VMO).  Het beleid is er op gericht zo goed mogelijk gebruik te maken van de voorraad aangepaste woningen en de aanpassingskosten zoveel mogelijk te beperken. In de eerste plaats dient bekeken te worden wat de kosten van de aanpassing zullen zijn. Indien het dure woningaanpassingen betreffen (grens leggen op  € 7.500,00) dient met het primaat als volgt te worden omgegaan: Afzetten van de aanpassingskosten van de huidige woonruimte tegen: - de verhuiskostenvergoeding voor de ondersteuningsbehoevende - het eventueel aanpassen van de nieuwe woning - het eventueel op verzoek van de gemeente vrijmaken van de beoogde aangepaste woning (vergoeding aan achterblijvende gezinsleden na verbreken van band ondersteuningsbehoevende-woning) - een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving (art. 4.9 VMO) De sociale omstandigheden: - de mantelzorg die door de verhuizing wegvalt - de afstand tot verschillende voorzieningen (winkels, ziekenhuis, bushalte e.d.) - een opgebouwd sociaal netwerk Integrale afweging van verschillende Wmo-voorzieningen (m.n. vervoersvoorzieningen) Werksituatie, met name de afstand tot het werk Woonlastenconsequenties van de verschillende opties. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de mogelijkheden van aanvrager om zelf andere woonruimte te regelen en te bekostigen (b.v. een andere koopwoning) De noodzaak om een probleem snel op te lossen (bij acute situaties zal minder snel tot een verhuisplicht kunnen worden besloten); De bereidheid van de ondersteuningsbehoevende om te verhuizen. Als tot de conclusie wordt gekomen dat verhuizen geen optie is kan de woningaanpassing worden toegekend. Indien een verhuizing wel tot de mogelijkheden behoort wordt de ondersteuningsbehoevende schriftelijk (in een besluit) medegedeeld dat het primaat van verhuizing aan de orde is.  De ondersteuningsbehoevende zal dan, waar mogelijk met behulp van de gemeente, op zoek moeten naar een aangepaste of beter aanpasbare woning. Hierbij dient als volgt te worden gehandeld: De ondersteuningsbehoevende dient zich in te schrijven bij woningbouwverengingen. Hij/zij werkt actief mee aan het vinden van woonruimte en gaat, eventueel na overleg met de gemeente, in op aanbiedingen. Indien een ondersteuningsbehoevende een redelijk aanbod weigert, wordt het verzoek tot woningaanpassing afgewezen. Indien tijdelijke maatregelen in de huidige woning noodzakelijk zijn, zal bekeken worden of die getroffen kunnen worden hetzij door inzet van artikelen uit de Thuiszorgwinkel, hetzij door bruikleenvoorzieningen door de gemeente. De ondersteuningsbehoevende dient minimaal zes maanden actief te zoeken naar andere woonruimte. De zorgconsulent zal proberen om waar mogelijk te bemiddelen bij de verhuurder/woningbouwvereniging om aan passende woonruimte te komen. Indien het in het vermogen van de ondersteuningsbehoevende ligt om een geschikte woning te kopen of zelf te huren dient getoetst te worden of de ondersteuningsbehoevende voldoende gedaan heeft om zelf in maatregelen te voorzien. Indien het niet lukt om binnen de genoemde termijn een geschikte woning te vinden zal alsnog een woningaanpassing worden toegekend. Tijdens de wachttijd kan al wel de procedure voor de woningaanpassing in gang worden gezet. Indien, afhankelijk van de omstandigheden, een woningaanpassing toch sneller gerealiseerd moet worden, kan de wachttijd worden bekort. Een toegekende woningaanpassing kan altijd worden herzien indien een geschikte woonruimte beschikbaar komt en nog niet daadwerkelijk met de bouwactiviteiten is gestart. Reeds gemaakte kosten worden vergoed. Indien een woning niet aanpasbaar is, zal verhuizing altijd aan de orde zijn. Indien een ondersteuningsbehoevende verhuist  van een adequate naar een inadequate woning kan hij niet voor een (nieuwe] woningaanpassing in aanmerking komen. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden voor kleine aanpassingen in situaties waarin de verhuizing op grond van leeftijd of sociale omstandigheden gewenst of gebruikelijk is. Hierbij valt te denken aan ouderen die van een aangepaste woning verhuizen naar bijv. een aanleunwoning of jongeren die het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen. Aanpassingen kunnen dan getroffen worden tot € 1000,00. Indien jongeren een nieuwe levensfase starten is een duurdere woningaanpassing wel mogelijk onder de volgende voorwaarden: de verwachte nieuwe woonsituatie moet bestendig lijken; indien er sprake is van een huurwoning moet bekeken zijn of de ondersteuningsbehoevende wel de meest aangewezen persoon is om te verhuizen (te denken valt aan een verhuizing van de ouders). Voor deze optie kan alleen gekozen worden als alle betrokkenen daaraan mee willen werken. De ouders kunnen dan in aanmerking komen voor verhuis-en inrichtingskosten In beide situaties komen ondersteuningsbehoevenden niet voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking. De financiële tegemoetkoming voor de woningaanpassing wordt pas definitief vastgesteld en uitbetaald indien de aanpassing via een daartoe opgesteld formulier is gereed gemeld en de originele rekeningen zijn overgelegd. De aanpassing kan op een juiste uitvoering worden gecontroleerd. De financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de woningeigenaar of diegene die hij voor ontvangst gemachtigd heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel