Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.10

Huurderving

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Bij het verbreken van de band tussen een aangepaste woning en de ondersteuningsbehoevende(verhuizing/overlijden) kan deze woning voor hergebruik beschikbaar komen. Een tegemoetkoming in de kosten van huurderving kan worden verstrekt aan de eigenaar van een aangepaste woning in afwachting van een kandidaat (art. 4.9 VMO) Het is mogelijk dat de woning niet onmiddellijk opnieuw door een ondersteuningsbehoevende in gebruik kan worden genomen, hetzij omdat hiervoor (nog) geen gegadigde is, hetzij omdat de woning nog enigermate aangepast dient te worden aan de belemmeringen van de nieuwe bewoner (art. 2.1, onder 1 sub f VVG). Van een aangepaste woonruimte die voor een gehandicapte behouden moet blijven kan sprake zijn als er aanzienlijke aanpassingen zijn aangebracht (zoals b.v. aangepast sanitair, traplift) maar ook als de woning, gelet op zijn aard, bijzonder geschikt is voor gehandicapten b.v. vanwege rolstoeldoorgankelijkheid. Financiële tegemoetkoming De eigenaar van de woonruimte krijgt de financiële tegemoetkoming. De tegemoetkoming is gelijk aan de kale huur van de woonruimte met een maximum van het in art. 4.9 lid 2 VMO genoemde bedrag. De tegemoetkoming wordt maximaal 6 maanden verstrekt. De eerste maand komt niet in aanmerking voor een tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel