De uitgangspunten en de gevallen waarin een voorziening aan een woonwagen of een woonschip kan worden aangebracht zijn in principe gelijk aan die van woningen. Gezien de kenmerken van deze woonruimten worden er nadere voorwaarden gesteld (art. 4.5 en 4.6 VMO). Indien de technische levensduur van de woonwagen of woonschip minder is dan vijf jaar, dan wel de standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt, wordt slechts een gemaximeerde vergoeding verstrekt.
Financiële tegemoetkoming
De tegemoetkoming wordt verstrekt aan de eigenaar van de woonwagen of het woonschip
Hoofdstuk 4
Artikel 4.11
Aanpassingen van woonwagens en woonschepen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning