Woningaanpassingen zijn bouwkundige of woontechnische ingrepen die gericht zijn op de compensatie van beperkingen die de ondersteuningsbehoevende ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte (art. 4.1 VMO) of die een uitraasruimte betreffen. Het gaat,(in principe) om onroerende, dus aard- en/of nagelvaste, voorzieningen (een traplift is wel een aanpassing van bouwkundige aard maar een roerende voorziening. Op grond van jurisprudentie is bepaald dat een traplift, na montage, een bestanddeel van de woning wordt).Woningaanpassingen worden toegekend teneinde de ondersteuningsbehoevende in staat te stellen om de woning op normale wijze te gebruiken. Hieronder wordt verstaan dat ondersteuningsbehoevenden de normale (elementaire) woonfuncties moeten kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning, toegang tot de woning, de verzorging van kinderen.
Bij iedere aanvraag moet gekeken worden naar de mogelijkheden die binnen het gezin (en woonruimte) aanwezig zijn. Van huisgenoten mag verwacht worden dat zij ook een aandeel leveren in het huishouden.
De aanpassing mag geen betrekking hebben op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw. Hiermee wordt bedoeld dat in luxere woningen de aanpassingen niet groter en duurder mogen zijn dan in de sociale woningbouw. Hierbij moet b.v. gedacht worden aan een gevraagde aanpassing van de garage als deze voor de ondersteuningsbehoevende niet direct noodzakelijk is.
Niet vergoed worden zaken die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Welke zaken daartoe behoren hangt af van de maatschappelijke ontwikkelingen. Zaken die normaal in b.v. bouwmarkten verkrijgbaar zijn, kunnen daartoe al snel worden beschouwd. Als algemeen gebruikelijk wordt in ieder geval beschouwd:
Thermostatische en eenhendelmengkranen (m.u.v. lange hendel)
Verhoogde toiletpotten (alleen +6)
Eenvoudige wandgrepen en beugels
Centrale verwarming en thermostatische radiotorkranen
Douchekop op glijstang
Keramische kookplaat/inductie kookplaat
Meterkast met meerdere groepen
Deugdelijke zonwering
Wasdroger
Normale babyfoon/intercom
Airco’s
Het kan zijn dat de ondersteuningsbehoevende een “luxere” of andere oplossing wenst voor de aanpassing dan de goedkoopst adequate. Dit wordt toegestaan mits de ondersteuningsbehoevende deze meerkosten voor eigen rekening neemt, de oplossing adequaat is en de beperkingen voldoende compenseert.
De uitraasruimte is een verblijfsruimte waarin een gehandicapte die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Bij het realiseren van een uitraasruimte is het ontbreken van beperkingen geen afwijzingsgrond voor toekenning.
Het aanbrengen van een traplift wordt eveneens tot een woningaanpassing gerekend. Deze wordt aard- en nagelvast met de woning verbonden. Een traplift wordt in eigendom verstrekt maar kan ook in bruikleen worden gegeven. Hierbij dient te worden afgewogen of de traplift zeer langdurige noodzakelijk zal zijn (langer dan 5 jaar). Bij vermoedelijk korter gebruik kan overwogen worden de traplift in bruikleen te verstrekken zodat bij beëindiging van het gebruik de traplift verwijderd kan worden en een aantal onderdelen door de leverancier kan worden teruggekocht. Bij de toekenning van een traplift in bruikleen kan worden bepaald dat deze, na afloop van de periode waarbinnen de leverancier bereid is onderdelen terug te kopen, aan de gehandicapte in eigendom wordt verstrekt.
De woningaanpassing kan ook een aanpassing buitenshuis betreffen als dit noodzakelijk is om de woning te kunnen betreden. Een aanpassing buitenshuis kan ook noodzakelijk zijn als gevolg van een Wmo-voorziening zoals een rolstoel of een scootermobiel. Te denken valt aan aanpassing van een berging, aanbrengen elektriciteit, verlagen stoep etc.
Een woningaanpassing kan ook bestaan uit het plaatsen van een losse woonunit. Voor deze optie wordt alleen gekozen als het een particuliere woning betreft en het plaatsen van een losse woonunit een goedkopere oplossing is dan het realiseren van een aanbouw. Een losse woonunit wordt niet in eigendom verstrekt maar wordt in bruikleen gegeven. Kosten van plaatsing en verwijdering zijn voor de gemeente.
Bij een bouwkundige aanpassing komen voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening.
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
Het architectenhonorarium, inclusief btw, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht;
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk, tot een maximum van 2% van de aanneemsom (inclusief btw);
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voorzover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de voorziening;
De prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk, als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden.
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en door het college noodzakelijk geachte adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van heraansluiting op openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte, voorzover de kosten onder 1 t/m 11 meer dan € 1000,00 bedragen, 10% van die kosten met een maximum van € 350,00 (inclusief btw).
De procedure met betrekking tot een aanvraag woningaanpassing
Na aanvraag wordt de indicatie gesteld en een programma van eisen opgesteld;
Zowel voor de indicatie als voor het opstellen van een programma van eisen kan de gemeente een beroep doen op derden zoals een medisch, ergonomisch of bouwkundig adviseur;
Door de gemeente worden de kosten voor de aanpassing voorlopig vastgesteld;
Indien de kosten duidelijk zijn wordt meteen toestemming gegeven om tot uitvoering over te gaan;
Indien het een grote woningaanpassing betreft of een woningaanpassing waarvan de kosten niet precies vooraf te bepalen zijn, dient de eigenaar twee offertes in te dienen;
De offertes worden ter beoordeling aan de bouwkundig adviseur voorgelegd;
De gemeente geeft de eigenaar toestemming tot realisatie over te gaan conform het programma van eisen;
Indien de eigenaar-bewoner betalingen moet verrichten voordat de aanpassing gereed is kan een voorschot worden verstrekt;
De woningeigenaar moet de aanpassing zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden, na de realisatie gereed melden, controle op de uitvoering van de voorziening moet mogelijk zijn;
De hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt definitief vastgesteld;
Uitbetaling vindt plaats aan de woning eigenaar;
De kosten voor de woningaanpassing worden bij het CAK gemeld zodat het CAK de eigen betaling kan bepalen. Een melding bij het CAK hoeft niet plaats te vinden als het een huurwoning betreft omdat er dan geen bijdrage verschuldigd is.
De te treffen voorziening moet toereikend verzekerd zijn. Het betreft de opstalverzekering die aangepast moet worden aan de aangebrachte voorzieningen.
Indien een ondersteuningsbehoevende zijn aanvraag voor een woningaanpassing indient nadat hij met de aanpassing is begonnen of deze reeds voltooid heeft kan een aanpassing, slechts bij hoge uitzondering, achteraf worden toegekend. De aanvraag moet dan wel binnen 2 maanden nadat de aanpassing is uitgevoerd worden ingediend. Er moet sprake zijn van niet verwijtbaar gedrag van de ondersteuningsbehoevende. Omstandigheden die daarbij afgewogen moeten worden zijn:
- de ondersteuningsbehoevende was, aantoonbaar, niet op de hoogte van de mogelijkheden en heeft zeer aanzienlijke kosten moeten maken (b.v. een lening moeten afsluiten) waarbij het duidelijk is dat een tijdige aanvraag altijd gehonoreerd zou worden;
- er was sprake van zeer dringende omstandigheden waaronder het de ondersteuningsbehoevende niet verwijtbaar was dat de aanvraag niet tijdig is ingediend;
- achteraf moet altijd nog vast te stellen zijn wat de goedkoopst adequate oplossing zou zijn geweest.