Indien deelname aan het collectief vraagafhankelijk vervoer niet mogelijk is kan een ondersteuningsbehoevende een financiële tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto, taxi of vervoer door derden worden toegekend. In de praktijk zal dit nog maar in weinig situaties voorkomen omdat in praktisch alle situaties het c.v.v., eventueel in combinatie met bijvoorbeeld een scootmobiel, in de vervoersbehoefte kan voorzien. Alleen in situaties waarin sprake is van gehandicapte kinderen of een gehandicapte ouder met kinderen tot 13 jaar kan soepeler met een toekenning worden omgegaan en eerder besloten worden een forfaitaire vergoeding toe te kennen. Er moet dan sprake zijn van situaties waarin men reeds over een auto beschikt en het gelet op de gezinssituatie niet redelijk zou zijn te verlangen dat men gebruik maakt van het collectief vraagafhankelijk vervoer.
Aanvullende voorwaarden:
Het inkomen is gelijk aan of lager dan 1,5 x het norminkomen (art. 5.4 lid 2 VMO).
De hoogte van de financiële tegemoetkoming is opgenomen in het besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente (Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden).
De ingangsdatum van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. De beëindigingdatum is de datum waarop het recht op de voorziening daadwerkelijk eindigt.
Indien wijziging van het inkomen of het vervoerspatroon leidt tot wijziging van de voorziening wordt de wijziging doorgevoerd met ingang van de datum waarop de wijziging heeft plaatsgevonden. Een verlaging of beëindiging met terugwerkende kracht kan leiden tot een terugvorderingbeschikking (art. 7.8 VMO).
Aan een echtpaar waarvan de beide partners geïndiceerd zijn voor een vervoersvoorziening wordt – voor zover de behoeften van de echtgenoten niet samenvallen - maximaal anderhalf maal een enkele vergoeding ter beschikking gesteld (art. 5.4 lid c VMO). Als er sprake is van partners met vergoedingen voor verschillende vervoerssoorten bedraagt de totale vergoeding maximaal 100 % van de duurste en 50 % van de andere vergoeding.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4.1
Een vergoeding voor vervoer per eigen auto of taxi
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning