Als het collectief vervoersysteem of een algemene vervoersvoorziening niet adequaat is dan wel onvoldoende de beperkingen compenseert, kan een voorziening in natura of als pgb worden verstrekt. Algemene voorwaarden voor een voorziening zijn:
de voorziening is in overwegende mate op het individu gericht (art. 1.2 lid 1 onder e VMO);
de voorziening is langdurig noodzakelijk om de beperkingen van de ondersteuningsbehoevende op het gebied van het zich buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen (art. 1.2 lid 1 onder c VMO);
er bestaat geen aanspraak op de voorziening op grond van enig andere wettelijke regeling (art. 1.2 lid 2 onder b VMO);
de voorziening is, naar objectieve maatstaven gemeten, de goedkoopst adequate oplossing (art. 1.2 lid 1 onder d VMO);
de voorziening is voor een persoon als de ondersteuningsbehoevende niet algemeen gebruikelijk (art. 1.2 lid 2 onder a VMO);
de ondersteuningsbehoevende verstrekt die gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag en laat zich bevragen en/of onderzoeken (als hierom gevraagd wordt) (art. 7.4 lid 1 VMO);
de voorziening moet medisch geïndiceerd zijn;
de ondersteuningsbehoevende heeft zijn hoofdverblijf in (Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden (art. 1.2 lid 1 onder f VMO);
de voorziening is gericht op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel (art. 1.2 lid 1 onder b VMO)
Voor alle vervoersvoorzieningen, zowel in natura, pgb of financiële tegemoetkoming is de eigen bijdrage/eigen betalingsregeling van toepassing tenzij bij de voorziening zelf anders is vermeld.