Zowel in de Verordening als in de notitie Krachtig participeren heeft de gemeente Noordoostpolder het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) neergelegd. Het CVV biedt een adequate oplossing voor de verplaatsingen over de middellange en lange afstanden binnen de regio. Het primaat van het CVV wordt ook toegepast als dit niet de goedkoopst compenserende oplossing biedt. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
Het spreekt voor zich dat belanghebbende allereerst (medisch gezien) gebruik moet kunnen maken van het collectief vervoer, al dan niet met begeleiding. Heeft belanghebbende (medische) begeleiding nodig bij dat vervoer, dan moet hij daar - in beginsel - zelf zorg voor dragen. Heeft belanghebbende een indicatie voor begeleiding (Wmo-pas begeleiding), dan mag belanghebbende alleen met begeleiding reizen. De begeleider krijgt gratis toegang tot het collectief vervoerssysteem. Heeft belanghebbende een vervoersbehoefte op de korte en middenlange afstand (voor respectievelijk ongerichte en gerichte bestemmingen), dan kunnen twee vervoersvoorzieningen zijn aangewezen.
Persoonskenmerken en behoeften
Heeft belanghebbende een eigen (aangepaste) auto, dan moet dat als persoonskenmerk worden aangemerkt. Onder de (vervoers)behoefte valt de wens om daar in te blijven rijden voor de lokale verplaatsingen. In veel gevallen zal de auto als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt. Is dat niet het geval, dan kan het college niet zonder meer voorbij gaan aan het bezit van een eigen (aangepaste) auto. Een oordeel of het collectief vervoer net zo compenserend is als de eigen auto is daarom aangewezen. Dat wordt voornamelijk bepaald door de mate van beperkingen en de vervoersbehoefte om zich lokaal te kunnen verplaatsen per vervoersvoorziening. Ook kunnen echter andere omstandigheden als een gezamenlijke vervoersbehoefte een rol spelen.
Aard van de beperkingen en bezit van eigen (aangepaste) auto
Zijn de beperkingen progressief van aard, dan is het hanteren van het primaat toegestaan. Het kan namelijk in voorkomende gevallen aannemelijk zijn dat naast de autoaanpassingen, verdere aanpassingen aan de auto aangewezen zijn of dat de eigen (aangepaste) auto op enig moment niet meer kan worden gebruikt. De weigering van de gevraagde voorziening kan worden gebaseerd op 'niet langdurig noodzakelijk'.
Aard van de beperkingen en geen bezit van eigen (aangepaste) auto
Het zal het in de praktijk zelden voorkomen dat een belanghebbende geen gebruik kan maken van het collectief vervoerssysteem en daarom is aangewezen op bijvoorbeeld een bruikleenauto of (aangepaste) bus (zie verder onder bijzondere verstrekkingen). Het college is bevoegd om de vervoersvoorziening afhankelijk te stellen van de vervoersbehoefte.
Ernstig beperkte mobiliteit en vervoersbehoefte voortvloeiend uit zorgtaken
Bij een persoon met beperkingen die uiterst beperkt mobiel is, moet in beginsel mede de vervoersbehoefte die voortvloeit uit zorgtaken met betrekking tot minderjarige kinderen worden betrokken. Dit kan betekenen dat het collectief vervoer zich niet als compenserende voorziening laat kwalificeren. Dergelijke overwegingen spelen vooral een rol bij een vervoersbehoefte op zowel de korte als de middellange afstand waarvoor meerdere voorzieningen zijn aangewezen.
Collectief vervoer goedkoopst compenserend
Blijkt uit de inventarisatie van de persoonskenmerken en vervoersbehoefte dat het collectief vervoer compenserend is, dan mag het college - in beginsel - het primaat inroepen als goedkoopst compenserende voorziening. Wel kan het kostenaspect nog een rol spelen, zie hierna.
Kostenaspect
Het college is niet gehouden om het kostenaspect ambtshalve te beoordelen. Het is niet zo dat het enkele feit dat de kosten van de door de belanghebbende gewenste vervoersvoorziening lager zouden kunnen zijn dan de (tot de individuele deelnemer herleide) kosten van het collectief vervoer meebrengt dat deelname aan het collectief vervoer geen compenserende) voorziening is, dan wel er toe moet leiden dat de hardheidsclausule moet worden toegepast. Zijn er echter bijzondere omstandigheden, zoals een omvangrijke vervoersbehoefte en de ligging van de woning, dan mag het kostenaspect in de overweging niet ontbreken. Dit wil niet zonder meer zeggen dat het collectief vervoer niet als compenserende voorziening kan worden aangemerkt.
Niet gezamenlijk kunnen reizen
Bij de toekenning van collectief vervoer kan het voorkomen dat het gezin niet gezamenlijk kan reizen. Op zichzelf genomen is het voorstelbaar dat een dergelijke wens bestaat en dat het voor een gezin veel prettiger en gemakkelijker is om samen te reizen. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat het niet samen kunnen reizen niet betekent dat het collectief vervoer geen compenserende voorziening kan zijn.
Het collectief vervoer is een overwegend bezwaar
Het collectief vervoer geldt als overwegend bezwaar als blijkt dat bij een keuzevrijheid de kosten voor vervoersvoorzieningen op grond van de Wmo substantieel zullen stijgen en dat het bestaansrecht van een collectief vervoerssysteem daardoor ernstig in gedrang komt.
Hardheidsclausule
Kan het primaat van het collectief vervoer worden toegepast, dan kan dit alleen via de hardheidsclausule worden gepasseerd. De hardheidsclausule geeft het college de bevoegdheid om in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van de verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. In de praktijk zal dit niet vaak voorkomen.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.8
Primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014