Combinatie van voorzieningen en/eigen mogelijkheden
Is er sprake van een combinatie van vervoersvoorzieningen of heeft de belanghebbende eigen mogelijkheden, dan kan individueel maatwerk worden geleverd door een korting toe te passen op de financiële tegemoetkoming. In het algemeen wordt uitgegaan van een korting van 30% op de vervoerskostenvergoeding.
Het college kan rekening houden met een algemeen uitgangspunt ten aanzien van de verschillende leeftijdcategorieën. Bijvoorbeeld:
Voor de groep van 0 tot 5 jaar : geen financiële tegemoetkoming omdat individueel reizen voor kinderen in deze leeftijdgroep niet mogelijk is.
Voor de groep 5 tot 12-jarigen : maximaal 50% van het normbedrag.
Voor de groep 12 tot 15-jarigen: maximaal 75% van het normbedrag.
Voor de groep van 15 jaar en ouder: het volledige normbedrag.
Indien meer kinderen in een gezin ondersteuningsbehoevend zijn, kan aan elk van de kinderen maximaal 75% van de bij de leeftijdcategorie behorende vergoeding toegekend.
Bewoners AWBZ-instelling
Bewoners van een AWBZ-instelling zullen in de regel een lagere vervoersbehoefte hebben dan zelfstandig wonenden. Soms zijn er in het complex voorzieningen, zoals een winkel, kapper, recreatieruimte voor diverse sociale activiteiten ondergebracht of in de dichte nabijheid gerealiseerd. Te denken valt aan verzorgingshuizen eventueel met aanleunwoningen erbij, verpleeghuizen en andere Awbz-instellingen. Bovendien kan het zijn dat een aantal 'bestemmingen in het kader van het leven van alledag' vervallen omdat daarin op andere wijze wordt voorzien.
Bewoners van intramurale instellingen hoeven bijvoorbeeld minder vaak boodschappen te doen, omdat de instellingen de maaltijden bereiden. Ook sommige gezamenlijke sociale activiteiten waarvoor vervoer nodig is, worden vanuit de Awbz-instelling georganiseerd, inclusief vervoer. Met deze verminderde vervoersbehoefte wordt bij de beoordeling van aanvragen voor vervoersvoorzieningen dan ook rekening gehouden.
Ernstig beperkte mobiliteit en vervoersbehoefte voortvloeiend uit zorgtaken
Bij een belanghebbende met beperkingen die uiterst beperkt is, moet in beginsel mede de vervoersbehoefte die voortvloeit uit zorgtaken met betrekking tot minderjarige kinderen worden betrokken (CRvB 04-12-1998, nr. 97/2185 WVG en Rechtbank 's-Gravenhage 14-01-2008, nr. AWB 06/7980 WVG). Dit kan betekenen dat het collectief vervoer zich niet als compenserende voorziening laat kwalificeren. Opgemerkt wordt dat dergelijke overwegingen vaak een rol spelen bij een vervoersbehoefte op zowel de korte als de middellange afstand waarvoor meerdere voorzieningen zijn aangewezen. Zie bijvoorbeeld Rechtbank Maastricht 08-10-2010, BO3399 Wmo over de aanvraag van bevestigingssysteem voor een kinderzitje op een scootmobiel.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.9
Maatwerk toekenning vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014