3.3.1 Landelijk beleid
Als er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, moet de saneerder/initiatiefnemer volgens het landelijk beleid nagaan of er sprake is van onaanvaardbare risico’s. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:
risico’s voor de mens;
risico’s voor het ecosysteem;
risico’s van verspreiding van de verontreiniging.
Het vaststellen van de risico’s gebeurt conform bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering als volgt:
stap 1: vaststellen van het geval van ernstige verontreiniging;
stap 2: uitvoeren van een standaard-risicobeoordeling met het model Sanscrit en/of het protocol Asbest (Circulaire bodemsanering);
stap 3: uitvoeren van locatiespecifieke risicobeoordeling. Deze stap wordt uitgevoerd wanneer uit stap 2 blijkt dat er onaanvaardbare risico’s zijn. Zowel de initiatiefnemer kan hiervoor kiezen als het bevoegde gezag, indien zij dit noodzakelijk vindt voor de besluitvorming.
Als er sprake is van onaanvaardbare risico’s, is er sprake van een spoedeisend geval en is spoedige sanering noodzakelijk.
3.3.2 Beleid gemeente ‘s-Hertogenbosch
De gemeente ’s-Hertogenbosch sluit bij het bepalen van de ernst van verontreiniging aan bij het landelijke beleid. De beleidsruimte bij het bepalen van de noodzaak om met spoed te saneren vullen we als volgt in:
1. Humane risico’s door uitdampingsrisico’s
Voor het vaststellen van humane risico’s geeft de gemeente ’s-Hertogenbosch een nadere invulling aan bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering. Als uit de berekeningen in stap 2 blijkt dat er sprake is van onaanvaardbare uitdampingsrisico’s (in de omgeving) moet in principe altijd stap 3 in de vorm van luchtmetingen worden uitgevoerd voordat we een beschikking vaststelling ‘ernst en spoed’ nemen. Voor de onderzoeksopzet verwijzen we naar de “Richtlijn voor luchtmetingen voor de risicobeoordeling van bodemverontreiniging”, RIVM. Een uitzondering hierop vormen locaties, die toch op korte termijn gesaneerd worden, waarbij maatwerk noodzakelijk is. Denk bijvoorbeeld aan locaties waar ruimtelijke ontwikkelingen gaan plaatsvinden.
2. Humane risico’s door aantasting drinkwater
Bodemverontreinigingen kunnen de kwaliteit van het drinkwater aantasten waardoor humane risico’s ontstaan. Het gaat dan wel om verontreinigingen met stoffen zoals vluchtige aromaten en/of vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen, die door de waterleiding heen kunnen dringen om daarna het drinkwater te verontreinigen. Dit kan gebeuren als de waterleiding direct in of nabij de verontreiniging ligt. Bij deze verontreinigingen is het dan ook altijd nodig om de ligging van waterleidingen op te vragen. Zijn die aanwezig dan moet altijd contact worden opgenomen met het drinkwaterbedrijf om samen de risico’s in beeld te krijgen. Denk bij voorbeeld aan drinkwatermonsters nemen en laten analyseren. Het drinkwaterbedrijf kent de hiervoor geldende regels en/of protocollen.
3. Risico’s voor het ecosysteem
Deze risico’s spelen een rol bij onbedekte en niet bebouwde gebieden, zoals bij onderstaande gebieden (niet limitatief opgesomd):
de gebieden die door de Provincie Noord-Brabant zijn opgenomen onder de noemer ecologische hoofdstructuur en de ecologische verbindingszones(zie de digitale informatiekaart Ecologische hoofdstructuur van de Provincie Noord-Brabant);
de gebieden die opgenomen zijn in het bestemmingsplan buitengebied;
land- en tuinbouwgebieden;
het grondwaterbeschermingsgebied (Nuland);
de stadsparken.
Bij bedekte- en bebouwde gebieden (denk aan stads-, dorps- en wijkkernen) worden de risico’s voor het ecosysteem niet berekend.
4. Risico’s van verspreiding van de verontreiniging
Gezien de specifieke situatie ten aanzien van de ondergrond op veel plaatsen in de gemeente’s-Hertogenbosch (grofzandige pakketten met relatief grote grondwatersnelheden en met goede mogelijkheden voor drinkwaterwinning) is in onze gemeente een goede beoordeling van de verspreidingsrisico’s gewenst. We zullen daarom in voorkomende gevallen de vastgestelde verspreidingsrisico’s en de wijze waarop deze zijn vastgesteld kritisch beoordelen. Indien uit stap 2 van de risicobeoordeling (zie paragraaf 3.3.1) blijkt dat sprake is van onaanvaardbare risico’s eisen we zonodig aanvullend onderzoek voordat we een (ontwerp)besluit zullen nemen. Dit kan het geval zijn bij specifieke verontreinigingssituaties, zoals een grondwaterverontreiniging met gechloreerde koolwaterstoffen die zich relatief snel naar de diepte kunnen verspreiden (zaklaag), of bij een verontreiniging met goed in water oplosbare (aromatische) koolwaterstoffen (drijflaag).
Indien er een drijflaag en/of zaklaag in de bodem aanwezig is, gaan we er (ongeacht de omvang van de grondwaterverontreiniging) vanuit dat deze zich in de bodem kan verplaatsen en daardoor een onbeheersbare situatie veroorzaakt, tenzij uit aanvullend onderzoek blijkt dat dit niet het geval is.
5. Risicobeoordeling diffuse verontreiniging binnenstad
Zoals in 3.2.4 is gesteld komen er in het binnenstedelijk gebied regelmatig verontreinigingen voor die bestaan uit zware metalen (koper, lood en zink). Op basis van de Circulaire bodemsanering is een Sanscrit berekening uitgevoerd voor de 90-percentiel waarden van deze zware metalen om de humane-, ecologische – en verspreidingsrisico’s te beoordelen (zie bijlage 3). Geconcludeerd kan worden dat:
er geen sprake is van humane risico’s;
er geen sprake is van ecologische risico’s bij een bedekte bodem;
er geen sprake is van verspreidingsrisico’s (geen uitloging vanuit de grond).
Deze conclusies gelden voor de diffuse verontreinigingen die onze historische binnenstad kenmerken. Voor deze verontreinigingen hoeven dan ook de risico’s niet per geval opnieuw berekend te worden. Uitzondering hierop zijn de grotere groene gebieden (in dit geval de stadsparken) waarvoor toch per geval de (ecologische) risico’s moeten worden onderzocht.
Indien de aangetroffen verontreinigingen in de binnenstad de 90-percentiel waarden overschrijden, moet er wel een risico evaluatie uitgevoerd worden.
Bij wijziging van de diverse waarden zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering zal de berekening in bijlage 3 opnieuw worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Risico's als gevolg van bodemverontreiniging
Onderdeel van Beleidsregels bodem