Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel (bijvoorbeeld een smartphone of een BlackBerry) in bruikleen ter beschikking gesteld.
De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
In het geval de wethouder een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking krijgt, wordt de
onkostenvergoeding als bedoeld in artikel 12 gekort met de component telefoonkosten tot het bedrag gelijk aan de vaste telefoonvergoeding voor burgemeesters.
Hoofdstuk II
Artikel 18
Mobiele telefonie
Onderdeel van verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden