1 De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders;
b verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.
2 Indien aan de wethouder ingevolge het tweede lid van artikel 36a van de Gemeentewet ontheffing is verleend van het vereiste om in de gemeente woonachtig te zijn, heeft hij recht op een vergoeding voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling. De vergoeding bedraagt: a de kosten van het gebruik van openbaar vervoer; b bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 3 van de
Regeling rechtspositie wethouders.
Hoofdstuk II
Artikel 19
Reis- en pensionkosten en verhuiskosten
Onderdeel van verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden