Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 6.

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Lansingerland 2014

1.. Bij verstrekking van bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht van de belanghebbende. De draagkracht wordt berekend over een periode van 12 maanden (jaardraagkracht). 2.. De draagkracht bedraagt een percentage van het verschil tussen het inkomen en 115% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief de toeslag of verlaging op grond van de Toeslagenverordening. 3.. Indien de draagkracht hoger is dan de kosten waarvoor bijstand wordt aangevraagd, wordt geen bijstand verleend. 4.. De draagkrachtperiode gaat in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en geldt voor de duur van 12 maanden. 5.. Het vermogen waarover de aanvrager of het gezin beschikt op de eerste dag van de maand waarin een aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend, wordt als draagkracht in aanmerking genomen voorzover het vermogen hoger is dan € 2.500,-. 6.. Met vermogen in het vorige lid wordt het daadwerkelijke vermogen bedoeld waar de aanvrager of het gezin de beschikking over heeft. 7.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke netto inkomen van de belanghebbende(n) gedurende de maand waarin de aanvraag wordt ingediend. Als dit geen juist beeld geeft, dan wordt het gemiddelde inkomen over de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en de twee voorgaande maanden genomen. 8.. Een vastgestelde draagkracht of draagkrachtperiode kan slechts gewijzigd worden, indien een structurele wijziging van de persoonlijke of financiële situatie van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft. 9.. Bij elke volgende aanvraag om bijzondere bijstand in het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met het beslag dat reeds op de draagkracht is gelegd door eerdere afwijzingen of gedeeltelijke toewijzingen van bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel