**1..** Indien de medewerker het -ondanks de besproken argumenten- oneens is met de beoordeling van de leidinggevende, dan dient hij zijn bedenkingen uiterlijk binnen één week na het gevoerde gesprek schriftelijk en gemotiveerd aan de leidinggevende en 2e beoordelaar kenbaar te maken. De medewerker moet concreet aangeven waarom het oordeel over zijn functioneren onjuist is.
**2..** De 2e beoordelaar plant op zo kort mogelijke termijn, doch uiterlijk binnen 2 weken een nader gesprek over de aangeleverde beoordeling en de zienswijze van beoordeelde. De 2e beoordelaar hoort daarbij beide partijen en komt vervolgens na heroverweging van alle argumenten tot een eindbeoordeling. Op het RGA-formulier wordt hiervan aantekening gemaakt, evenals van de datum van het gesprek en eventuele gemaakte nadere afspraken.
**3..** De 2e beoordelaar ondertekent het RGA-formulier en laat -indien dit gelet op de inhoud van het gesprek en de aantekeningen op het RGA-formulier nodig is- een gesprekverslag opmaken.
**4..** De medewerker en de leidinggevende krijgen van de 2e beoordelaar bericht dat het RGA-formulier is vastgesteld en ontvangen eventueel het gesprekverslag.
**5..** Met het ondertekenen van de beoordeling door 2e beoordelaar is de beoordeling formeel vastgesteld en is het een besluit in de zin van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb), waartegen binnen zes weken bezwaar kan worden aangetekend bij het college van burgemeester en wethouders.
**6..** Het beoordelingbesluit dient zo spoedig mogelijk na afloop van de ongebruikte bedenkingentermijn, dan wel na afloop van het nadere gesprek met 2e beoordelaar te worden genomen, met dien verstande dat de uiterste beslistermijn eindigt 8 weken na het met de direct leidinggevende gevoerde beoordelinggesprek. Indien wegens uitzonderlijke omstandigheden deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de 2e beoordelaar de medewerker hiervan in kennis en deelt hem mee binnen welke termijn hij een besluit tegemoet kan zien.