**1..** Aan de medewerker ingedeeld in functieschalen 1 tot en met schaal 8 en voor wie de werktijden zijn vastgesteld bij een wisselend rooster als bedoeld in artikel 3:3 van de CAR wordt een toelage toegekend.
**2..** De toelage als bedoeld in het eerste lid, bedraagt –met inachtneming van artikel 3:3, tweede en derde lid van de CAR per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur:
20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;
25% voor de uren op zaterdag tussen 08.00 en 18.00 uur;
40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur;
45% voor de uren op zaterdag tussen 00.00 en 08.00 uur;
70% voor de uren op zaterdag tussen 18.00 en 24.00 uur;
70% voor de uren op zondag
100% voor uren op feestdagen genoemd in artikel 4:2:1, derde lid, van de CAR/UWO
**3..** Voor de in het vorige lid onder a genoemde ochtend- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 07.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.
**4..** De medewerker die voor 1 januari 2002 is aangesteld en die een garantietoelage Onregelmatige Dienst ontvangt, kan geen aanspraak maken op de hierboven genoemde toelage. Indien hij op basis van het genoemde in lid 2 op jaarbasis recht heeft op een hogere vergoeding, wordt het meerdere boven de garantietoelage uitbetaald.
**5..** Uitvoering gevend aan artikel 7:8:1 (referte tijdvak) van de CAR/UWO geldt voor de toelage als bedoeld in het tweede lid een referte tijdvak van drie kalendermaanden of dertien kalenderweken. De in het tweede lid genoemde toelage behoort tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking wegens ziekte of gebrek is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend.