Aan de ambtenaar van wie, gelet op de aard of de omvang van zijn functie, gedurende een bepaalde periode bijzondere eisen worden gesteld kan door het college een tijdelijke functioneringstoelage worden toegekend, wanneer daartoe op grond van zijn functioneren aanleiding bestaat, blijkend uit een goede personeelsbeoordeling.
De functioneringstoelage wordt toegekend voor een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, rekening houdend met de duur van de (project)periode, met inachtneming van een maximum van twee jaar.
De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10% van het salarisbedrag per maand.
De functioneringstoelage eindigt, zonder afbouwregeling, op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer er na het verstrijken van deze termijn aanleiding is de tijdelijke functioneringstoelage te verlengen, kan het college een nieuw toekenningstijdvak vaststellen, zoals bedoeld in het tweede lid.