Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3:

Artikel 3.2

Landelijk Bureau Bibob

Onderdeel van Beleidslijn Bibob 2014 Gemeente Waalwijk

Het LBB verricht op verzoek van bestuursorganen onderzoek naar eventuele criminele banden van aanvragers van een vergunning en brengt daarover advies uit. Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van het advies van het LBB geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Verder moet het bestuursorgaan de aanvrager op de hoogte stellen wanneer zij een advies aan het LBB vraagt. Daarbij moet ze aangeven dat de afhandelingstermijn wordt opgeschort. Het advies van het LBB kan drie uitkomsten hebben met betrekking tot de mate van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 Wet BIBOB: er is geen sprake van een (ernstige) mate van gevaar; er is sprake van een mindere mate van gevaar; er is sprake van een ernstige mate van gevaar. In het eerste geval zal de vergunning worden verleend. In het tweede en derde geval moet het gemeentebestuur afwegen of de vergunning wordt geweigerd, ingetrokken of dat er extra voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Voordat het gemeentebestuur een negatief besluit neemt, kan de aanvrager zijn zienswijze kenbaar maken (art. 4:7 Awb). De aanvrager krijgt dan een afschrift van het Bibob-advies. Derden die worden genoemd in het voorgenomen besluit, krijgen de beschikking over die gegevens uit het advies die hen betreffen en die voor de motivering worden gebruikt. Op grond van de Wet Bibob mogen zij ook hun zienswijzen indienen tegen het voorgenomen besluit. Tegen het uiteindelijke besluit staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel