Lid 1
De hoogte van de bezoldiging van een zieke medewerker wordt bepaald op grond van de artikel 7:3 van de CAR-UWO.
Lid 2
Het bedrag van de bezoldiging bedoeld in artikel 7:3 van de CAR-UWO wordt vastgesteld door het salaris te vermeerderen met het bedrag dat de ambtenaar gemiddeld over een periode van 13 weken voorafgaande aan de eerste ziektedag ontvangen heeft aan structurele toelagen (toelage onregelmatige dienst, toelage bereikbaarheid- en beschikbaarheidsdienst, garantie- en afbouwtoelagen, inconveniëntentoelage, structurele en tijdelijke toelagen als bedoeld in artikel 11 en artikel 12 van deze regeling en overige structurele toelagen) alsmede de waarnemingstoelage. Van deze periode kan worden afgeweken wanneer deze periode een afwijkend beeld geeft van het gemiddelde. Voor zover de medewerker op de eerste ziektedag minder dan 13 weken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.