Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vergoeding woon-werkverkeer met eigen vervoer

Onderdeel van Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer BAR-organisatie

Lid 1 Indien de medewerker gebruik maakt van eigen vervoer en de afstand tussen het woonadres en de werklocatie minder dan of gelijk is aan 10 kilometer enkele reis, dan wordt een vergoeding van € 0,10 per kilometer toegekend voor de heen- en terugreis, ongeacht de wijze van vervoer. Lid 2 Indien de medewerker gebruik maakt van eigen vervoer en de afstand tussen het woonadres en de werklocatie meer is dan 10 kilometer enkele reis, dan wordt een vergoeding van € 0,19 per kilometer toegekend voor de heen- en terugreis, ongeacht de wijze van vervoer, tot een maximum van € 135,53 per maand. Lid 3 De vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer per maand wordt berekend op basis van 214 werkdagen per kalenderjaar bij een 5-daagse werkweek. Hierbij is rekening gehouden met incidenteel thuiswerken, ziekte, vakantie en zorgverlof. Voor de medewerker die minder dan 5 dagen per week werkt geldt dit naar evenredigheid. Lid 4 Voor toekenning van de vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer per maand dient de medewerker op ten minste 128 dagen per kalenderjaar van het woonadres naar de werklocatie te reizen bij een 5-daagse werkweek. De medewerker die op 5 dagen per week werkt, kan tot gemiddeld 2 dagen per week thuiswerken met behoud van de vaste reiskostenvergoeding. Voor de medewerker die minder dan 5 dagen per week werkt geldt dit naar evenredigheid. Lid 5 Voor de medewerker die gemiddeld meer dan 2 dagen per week thuis werkt bij een 5-daagse werkweek wordt de reiskostenvergoeding berekend op basis van het werkelijke aantal reisdagen per maand. Voor de medewerker die minder dan 5 dagen per week werkt geldt dit naar evenredigheid.

Rechtspraak bij dit artikel