Lid 1
Leidinggevende en medewerker bepalen in onderling overleg het gemiddeld aantal werkdagen per week.
Lid 2
Indien de afstand tussen het woonadres en de werklocatie wijzigt door verhuizing van de medewerker of door wijziging van de werklocatie, dan wordt de vergoeding aangepast aan de nieuwe afstand tussen het woonadres en de werklocatie.
Lid 3
Indien in geval van afwezigheid gedurende een aaneengesloten periode van zes weken niet is gereisd, wordt in de eerstvolgende maand geen vaste vergoeding meer uitbetaald. Na terugkomst krijgt de medewerker in de eerstvolgende maand weer recht op de vaste vergoeding.
Lid 4
De kosten van parkeer-, tol en veergelden voor het woon-werkverkeer worden niet vergoed.
Lid 5
De voorwaarden van de loonbelastingregelgeving zijn van toepassing. De vergoedingen voor het woon-werkverkeer worden heroverwogen als de regelgeving wijzigt.
Artikel 4
Algemene bepalingen
Onderdeel van Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer BAR-organisatie