Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Maatregelen ter bevordering van de brandveiligheid

Onderdeel van Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984

1. Het is verboden in het centrum in de openlucht vuur te stoken of’ vuur te hebben. 2. Het is verboden een voorraad brandbare en/of’ explosieve vloeistoffen voorhanden te hebben, anders dan ten hoogste 200 liter huisbrandolie of petroleum en ten hoogste 5 liter benzine of andere zogenaamde Ki— vloeistoffen. De brandbare vloeistoffen moeten in goed gesloten vaten buiten de woonwagen worden bewaard. 3. Tot de onder 2. genoemde voorraad wordt niet gerekend de benzine aanwezig in de tank van een bij de bewoner in gebruik zijnd voertuig. 4. De opslag van huisbrandolie of petroleum mag slechts geschieden in een gesloten metalen vat, dat voorzien is van een afsluiter. Het vat moet zijn geplaatst op een stevige metalen bok die op een beschermde plaats onwankelbaar is opgesteld. Het vat mag slechts door middel van een koperen leiding met de stookinrichting zijn verbonden. 5. Gasflessen met propaan en butaan voor kook— of verwarmingsdoeleinden moeten buiten de woonwagen zodanig worden opgesteld dat omvallen of om— stoten is uitgesloten. Ook moeten deze flessen afdoende beschermd zijn tegen bestraling door de zon. 6. Kook- en/of verwarmingstoestellen dienen op een brandveilige wijze te zijn opgesteld. Afvoeren van verbrandingsgassen dienen op een brandveilige wijze aangebracht te zijn. 7. De slangen van de gascomforen dienen in een goede staat te verkeren en moeten op deugdelijke wijze met behulp van slangklemmen bevestigd zijn. 8. Een aansluiting op het electriciteitsnet alsmede het gebruik van electriciteit vangt niet aan dan nadat naar genoegen van burgemeester’ en wethouders of de door hen aangewezen beheerder is aangetoond, dat de installatie waarop wordt aangesloten voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. 9. De bewoner is verplicht keuring van de in het voorgaande lid bedoelde installatie door het provinciaal electriciteitsbedrijf toe te staan, alvorens tot aansluiting op het electriciteitsnet kan worden overgegaan. 10. De woonwagen moet te allen tijde in zodanige staat zijn of gebracht kunnen worden dat deze, ingeval van brand of andere calamiteiten, onmiddellijk verrijdbaar of verplaatsbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel