1. Burgemeester en wethouders kunnen van de verplichtingen en/of verboden
in/of ingevolge deze verordening opgelegd ontheffing verlenen.
2. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden worden.
3. Een ontheffing wordt schriftelijk verleend. Zij wordt geacht te zijn
verleend tot het tijdstip dat daarin is opgenomen.
4. Indien deze voorwaarden niet in acht genomen worden en nageleefd worden,
wordt de houder van een zodanige ontheffing geacht te hebben gehandeld
zonder ontheffing.
5. Een ontheffing dient door de houder aan hen, die belast zijn met het
opsporen van overtredingen van deze verordening, op eerste vordering te
worden getoond.
6. Een verleende ontheffing kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding
geven, worden ingetrokken.