1.. Verstrekking als Pgb vindt niet plaats indien:

  • - op grond van aanwijzingen het ernstige vermoeden bestaat dat de cliënt problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
  • - gebleken is dat de cliënt een eerder Pgb niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet;
  • - door de progressiviteit van de ziekte of handicap de aangevraagde voorziening snel weer door een andere voorziening vervangen moet worden. In die situatie wordt de voorziening in natura aangeboden;
  • - verstrekking van een persoonsgebonden budget gezien de (verwachte) korte duur van de verstrekking zou leiden tot een inefficiënte besteding van gemeentelijke middelen.