Naar hoofdinhoud

Deel 1

Artikel 1.2

Vormen van bijstand

Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)

Tenzij anders bepaald geldt er voor bijzondere bijstand vooraf geen terugbetalingsverplichting. Terugbetaling is slechts dan mogelijk wanneer: - ten onrechte (of tot) een te hoog bedrag aan bijstand is verleend ( onjuiste inlichtingen); - de bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening*; - er sprake is van borgtocht*; - de bijstand onverschuldigd betaald is en de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen; - naderhand belanghebbende nog in aanmerking komt voor een voorliggende voorziening; - naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend alsnog over in aanmerking te nemen middelen kan beschikken; - er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en de bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening. * Geldlening en borgtocht: Borgtocht is een overeenkomst waarbij de borg ( de gemeente) de verplichtingen van de schuldenaar ( cliënt) overneemt, indien deze daar zelf niet aan voldoet. Tot bijstand in de vorm van een geldlening wordt overgegaan als: - redelijkerwijs kan worden aangenomen dat aanvrager op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om in de betreffende periode in de kosten te voorzien; ( bijvoorbeeld aandeel boedelscheiding) de noodzaak tot bijstandsverlening een gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; - de bijzondere bijstand betrekking heeft op de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen; - de aanvraag betrekking heeft op een te betalen waarborgsom; - het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuld betreft. Van bijstandsverlening in de vorm van borgtocht kan sprake zijn wanneer: - een aanvraag om een saneringskrediet / noodzakelijke inrichtingskosten door de kredietinstelling is afgewezen en borgtocht nodig is om de krediettransactie toch te laten doorgaan. Zekerheidsstelling: Het college is bevoegd aan de bijstandsverlening de voorwaarden van zekerheidsstelling te verbinden. Deze zekerheidsstelling beperkt zich niet tot een krediethypotheek, maar het kan bij woonschepen of woonwagens ook gaan om een stil pandrecht. Zodra er sprake is van in aanmerking te nemen vermogen in de woning en de verstrekte bijstand bedraagt naar verwachting meer dan € 5.000,00 wordt in ieder geval zekerheidsstelling overwogen. Indien tot zekerheidsstelling wordt overgegaan komen de kosten ten laste van aanvrager en worden ze in het leenbedrag opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel