De GKB is een kredietverlenende instantie die nauw verbonden is met de
gemeente. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een 3 tal wethouders.
De GKB is een normale kredietverlenende instantie en beperkt zich niet
alleen tot mensen met een smalle beurs.
Voor leningen is de GKB een voorliggende voorziening ofschoon
rente en kosten in rekening worden gebracht.
Bij toekenning van een lening is bijstand dan ook niet aan de orde.
De GKB zal bij de beoordeling van de aanvraag net als andere
kredietverlenende instanties zo weinig mogelijk risico willen lopen en
zal garanties willen opdat de lening daadwerkelijk wordt
terugbetaald.
In een drietal situaties zal de gemeente een besluit moeten nemen, deze
zijn:
a. de GKB wijst de lening af.
De gemeente beoordeelt of bijstand noodzakelijk is – zo ja, dan wordt de
hoogte
( goedkoopste adequate voorziening / interne richtlijnen) en daarna de
vorm van de bijstand vastgesteld.
Betreft het duurzame gebruiksgoederen, dan dient er een afweging gemaakt
te worden of al dan niet een renteloze lening verstrekt wordt. Vaak is
een lening via de GKB niet mogelijk omdat er al lopende
aflossingsverplichtingen zijn en betrokkene in een vorm van
schuldsaneringstraject zit.
Een nieuwe lening is dan geen optie omdat op het moment van de aanvraag
en in de nabije toekomst geen aflossingscapaciteit is. Indien er binnen
een periode van 36 geen reële aflossingsmogelijkheden zijn, dan kan
bijstand om niet worden verstrekt. Is binnen de termijn van 36 maanden
wel aflossing mogelijk, dan wordt de bijstand verstrekt in de vorm van
een lening.
Gedurende een looptijd van maximaal 36 maanden, gerekend vanaf datum
verstrekking wordt een aflossing vastgesteld welke maximaal 6% bedraagt
van de bijstandsnorm incl. eventuele toeslagen en vakantietoeslag.
Als gedurende 36 maanden aan de terugbetalingsverplichting is voldaan
wordt het restant van de lening omgezet in bijstand om niet, d.w.z. het
restant van de lening wordt niet teruggevorderd.
Stel aanvrager heeft na 24 maanden aflossingsmogelijkheden, dan vindt
aflossing plaats gedurende 12 maanden. Het restant van de lening wordt
na deze 12 maanden niet teruggevorderd. Mits aan de betaalverplichting
is voldaan.
Aandachtspunt: Er moet zijn van een absolute
noodzaak, reparatie is niet meer mogelijk. Het moet
gaan om noodzakelijke gebruiksgoederen zoals een
wasmachine en stofzuiger, televisie, koelkast.
Indien het gaat om vervanging huisraad zijn
2e hands goederen een reële optie.
Is er sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid-
bijv. betaling van een huurschuld, dan kan de bijstand verstrekt worden
in de vorm van een lening.
De maximale ruimte in het inkomen kan worden voor benut voor
terugbetaling van de lening. De cliënt moet kunnen blijven
beschikken over 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm incl.
toeslagen. Ook hier dient een afweging gemaakt te worden of
een lening wel de goede optie is.
b.GKB vraagt om een bijdrage in de aflossing van de
lening
De gemeente toetst of de lening noodzakelijk is en zo ja of de hoogte
van de lening voldoet aan de richtlijnen zoals die in de handleiding
zijn vastgesteld.
Het gaat meestal om inrichtingskosten.
De eigen bijdrage van de cliënt in de aflossing is 6% van de
bijstandsnorm. De maximale aflossingsduur is 36 maanden.
Voorbeeld: bedragen zijn fictief
Stel: GKB verstrekt een lening met een looptijd van
36 maanden en een maandelijkse aflossing van €
120,00
Cliënt ontvangt een bijstandsuitkering van €
1.200,00 per maand. De eigen bijdrage in de
aflossing is dan € 72,00. ( 6%)
De berekening van de bijstand is dan als volgt:
Maandelijkse aflossing GKB € 120,00 p.m.
Af: eigen bijdrage cliënt - 72,00
p.m.
Aanvullende bijstand € 48,00 p.m.
Aandachtspunt:
Bij beëindiging algemene bijstand dient beoordeeld te worden in hoeverre
aanvullende bijzondere bijstand nog nodig is.
· Overleg met cliënt of het eventueel gereserveerde vakantietoeslag met
de vordering verrekend mag worden.
c. de GKB vraagt de gemeente borg/garant te staan voor aflossing
van de lening.
Borgstelling houdt in dat de gemeente en de GKB een overeenkomst
sluiten, waarin de gemeente zich verplicht de aflossing en bijkomende
kosten van een cliënt te voldoen als hij in gebreke blijft. De GKB stelt
de hoogte van het rente- en aflossingsbedrag vast. Aanvragen inzake
borgstelling zijn aan dezelfde criteria onderworpen als andere
bijzondere bijstandsaanvragen..
Een beslissing hierover wordt in een beschikking aan de aanvrager
meegedeeld.
Van het verlenen van borgtocht kan alleen sprake zijn, als blijkt dat
zonder borgstelling van de gemeente de GKB de lening niet verstrekt en
er sprake is van een boven normaal risico. Voorkomen moet worden
dat het bedrijfsrisico ten onrechte op de gemeente wordt
afgewenteld.
Bij een aanvraag tot borgstelling zal gekeken moeten worden naar het
doel van
De lening. Afhankelijk daarvan kan de noodzaak om te lenen worden
beoordeeld. In de praktijk laten de gevallen waarin de GKB de gemeente
vraagt borg te staan zich als volgt omschrijven:
- bij echtscheidingen;
- bij tijdelijke verblijfsvergunning;
- bij slechte betalingsmoraliteit;
- bij saneringskredieten.
Bij echtscheidingen:
Zo lang de echtscheiding nog niet officieel is d.w.z. nog niet is
ingeschreven in het bevolkingsregister blijven partners hoofdelijk
aansprakelijk voor de schulden aangegaan voor en tijdens de
echtscheidingsperiode. De GKB kan hierdoor een extra risico lopen
wanneer de ex partner schulden maakt of zijn verplichtingen niet
nakomt.
Gedurende de echtscheidingsperiode kan de gemeente garant staan voor de
aflossing. Voor de periode daarna is afhankelijk van de situatie. Kunnen
de aflossingsverplichtingen niet na worden nagekomen omdat schuldenaar
aangesproken wordt op verplichtingen die voortvloeien uit of betrekking
hebben op de periode voor de echtscheiding dan kan de gemeente garant
staan voor aflossing van de lening.
Komt schuldenaar de verplichtingen niet na omdat hij/zij na de
echtscheiding verplichtingen aangaat, cq de bijstandsuitkering beëindigd
wordt, dan is er sprake van een normaal risico.
In dat geval kan de gemeente niet garant staan voor de aflossing.
Bij tijdelijke verblijfsvergunning:
De gemeente kan in deze situaties een garantstelling afgeven.
Wanneer de GKB een beroep doet op garantstelling dient er wel sprake te
zijn van een causaal verband. D.w.z. het niet nakomen of niet kunnen
nakomen van de verplichtingen aan de GKB dient rechtstreeks verband te
houden met de verblijfsvergunning.
Komt schuldenaar zijn verplichtingen om andere redenen niet na, dan is
het risico voor de GKB.
Aandachtspunt: is de duur van de verblijfsvergunning bijvoorbeeld 2
jaar.
Dan eindigt de garantstelling na die periode als de verblijfsvergunning
wordt omgezet in onbepaalde tijd.
Bij slechte betalingsmoraliteit
In deze situaties is de kans groot dat ook daadwerkelijk door de GKB een
beroep op garantstelling wordt gedaan.
Er kan dan ook niet garant worden gestaan voor aflossing van de
lening.
Bij zeer dringende redenen kan de gemeente eventueel zelf tot
bijstandsverlening overgaan.
Bij saneringskredieten
Indien borgtocht noodzakelijk is om een krediettransactie alsnog
doorgang te laten vinden is borgstelling mogelijk op grond van artikel
49 WWB.
Noot: voor boetes en fraudevorderingen ontstaan op of na 1
januari 2013 zijn geldt dat deze niet opgenomen
kunnen worden in de schuldsanering.
Deze vorderingen moeten volledig worden
terugbetaald.
Deel 1
Artikel 1.4
De positie van de Gemeenschappelijke Kredietbank (GKB)
Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)