Naar hoofdinhoud

Deel 1

Artikel 1.4

De positie van de Gemeenschappelijke Kredietbank (GKB)

Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)

De GKB is een kredietverlenende instantie die nauw verbonden is met de gemeente. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een 3 tal wethouders. De GKB is een normale kredietverlenende instantie en beperkt zich niet alleen tot mensen met een smalle beurs. Voor leningen is de GKB een voorliggende voorziening ofschoon rente en kosten in rekening worden gebracht. Bij toekenning van een lening is bijstand dan ook niet aan de orde. De GKB zal bij de beoordeling van de aanvraag net als andere kredietverlenende instanties zo weinig mogelijk risico willen lopen en zal garanties willen opdat de lening daadwerkelijk wordt terugbetaald. In een drietal situaties zal de gemeente een besluit moeten nemen, deze zijn: a. de GKB wijst de lening af. De gemeente beoordeelt of bijstand noodzakelijk is – zo ja, dan wordt de hoogte ( goedkoopste adequate voorziening / interne richtlijnen) en daarna de vorm van de bijstand vastgesteld. Betreft het duurzame gebruiksgoederen, dan dient er een afweging gemaakt te worden of al dan niet een renteloze lening verstrekt wordt. Vaak is een lening via de GKB niet mogelijk omdat er al lopende aflossingsverplichtingen zijn en betrokkene in een vorm van schuldsaneringstraject zit. Een nieuwe lening is dan geen optie omdat op het moment van de aanvraag en in de nabije toekomst geen aflossingscapaciteit is. Indien er binnen een periode van 36 geen reële aflossingsmogelijkheden zijn, dan kan bijstand om niet worden verstrekt. Is binnen de termijn van 36 maanden wel aflossing mogelijk, dan wordt de bijstand verstrekt in de vorm van een lening. Gedurende een looptijd van maximaal 36 maanden, gerekend vanaf datum verstrekking wordt een aflossing vastgesteld welke maximaal 6% bedraagt van de bijstandsnorm incl. eventuele toeslagen en vakantietoeslag. Als gedurende 36 maanden aan de terugbetalingsverplichting is voldaan wordt het restant van de lening omgezet in bijstand om niet, d.w.z. het restant van de lening wordt niet teruggevorderd. Stel aanvrager heeft na 24 maanden aflossingsmogelijkheden, dan vindt aflossing plaats gedurende 12 maanden. Het restant van de lening wordt na deze 12 maanden niet teruggevorderd. Mits aan de betaalverplichting is voldaan. Aandachtspunt: Er moet zijn van een absolute noodzaak, reparatie is niet meer mogelijk. Het moet gaan om noodzakelijke gebruiksgoederen zoals een wasmachine en stofzuiger, televisie, koelkast. Indien het gaat om vervanging huisraad zijn 2e hands goederen een reële optie. Is er sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid- bijv. betaling van een huurschuld, dan kan de bijstand verstrekt worden in de vorm van een lening. De maximale ruimte in het inkomen kan worden voor benut voor terugbetaling van de lening. De cliënt moet kunnen blijven beschikken over 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm incl. toeslagen. Ook hier dient een afweging gemaakt te worden of een lening wel de goede optie is. b.GKB vraagt om een bijdrage in de aflossing van de lening De gemeente toetst of de lening noodzakelijk is en zo ja of de hoogte van de lening voldoet aan de richtlijnen zoals die in de handleiding zijn vastgesteld. Het gaat meestal om inrichtingskosten. De eigen bijdrage van de cliënt in de aflossing is 6% van de bijstandsnorm. De maximale aflossingsduur is 36 maanden. Voorbeeld: bedragen zijn fictief Stel: GKB verstrekt een lening met een looptijd van 36 maanden en een maandelijkse aflossing van € 120,00 Cliënt ontvangt een bijstandsuitkering van € 1.200,00 per maand. De eigen bijdrage in de aflossing is dan € 72,00. ( 6%) De berekening van de bijstand is dan als volgt: Maandelijkse aflossing GKB € 120,00 p.m. Af: eigen bijdrage cliënt - 72,00 p.m. Aanvullende bijstand € 48,00 p.m. Aandachtspunt: Bij beëindiging algemene bijstand dient beoordeeld te worden in hoeverre aanvullende bijzondere bijstand nog nodig is. · Overleg met cliënt of het eventueel gereserveerde vakantietoeslag met de vordering verrekend mag worden. c. de GKB vraagt de gemeente borg/garant te staan voor aflossing van de lening. Borgstelling houdt in dat de gemeente en de GKB een overeenkomst sluiten, waarin de gemeente zich verplicht de aflossing en bijkomende kosten van een cliënt te voldoen als hij in gebreke blijft. De GKB stelt de hoogte van het rente- en aflossingsbedrag vast. Aanvragen inzake borgstelling zijn aan dezelfde criteria onderworpen als andere bijzondere bijstandsaanvra­gen.. Een beslissing hierover wordt in een beschikking aan de aanvrager meegedeeld. Van het verlenen van borgtocht kan alleen sprake zijn, als blijkt dat zonder borgstelling van de gemeente de GKB de lening niet verstrekt en er sprake is van een boven normaal risico. Voorkomen moet worden dat het bedrijfsrisico ten onrechte op de gemeente wordt afgewenteld. Bij een aanvraag tot borgstelling zal gekeken moeten worden naar het doel van De lening. Afhankelijk daarvan kan de noodzaak om te lenen worden beoordeeld. In de praktijk laten de gevallen waarin de GKB de gemeente vraagt borg te staan zich als volgt omschrijven: - bij echtscheidingen; - bij tijdelijke verblijfsvergunning; - bij slechte betalingsmoraliteit; - bij saneringskredieten. Bij echtscheidingen: Zo lang de echtscheiding nog niet officieel is d.w.z. nog niet is ingeschreven in het bevolkingsregister blijven partners hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden aangegaan voor en tijdens de echtscheidingsperiode. De GKB kan hierdoor een extra risico lopen wanneer de ex partner schulden maakt of zijn verplichtingen niet nakomt. Gedurende de echtscheidingsperiode kan de gemeente garant staan voor de aflossing. Voor de periode daarna is afhankelijk van de situatie. Kunnen de aflossingsverplichtingen niet na worden nagekomen omdat schuldenaar aangesproken wordt op verplichtingen die voortvloeien uit of betrekking hebben op de periode voor de echtscheiding dan kan de gemeente garant staan voor aflossing van de lening. Komt schuldenaar de verplichtingen niet na omdat hij/zij na de echtscheiding verplichtingen aangaat, cq de bijstandsuitkering beëindigd wordt, dan is er sprake van een normaal risico. In dat geval kan de gemeente niet garant staan voor de aflossing. Bij tijdelijke verblijfsvergunning: De gemeente kan in deze situaties een garantstelling afgeven. Wanneer de GKB een beroep doet op garantstelling dient er wel sprake te zijn van een causaal verband. D.w.z. het niet nakomen of niet kunnen nakomen van de verplichtingen aan de GKB dient rechtstreeks verband te houden met de verblijfsvergunning. Komt schuldenaar zijn verplichtingen om andere redenen niet na, dan is het risico voor de GKB. Aandachtspunt: is de duur van de verblijfsvergunning bijvoorbeeld 2 jaar. Dan eindigt de garantstelling na die periode als de verblijfsvergunning wordt omgezet in onbepaalde tijd. Bij slechte betalingsmoraliteit In deze situaties is de kans groot dat ook daadwerkelijk door de GKB een beroep op garantstelling wordt gedaan. Er kan dan ook niet garant worden gestaan voor aflossing van de lening. Bij zeer dringende redenen kan de gemeente eventueel zelf tot bijstandsverlening overgaan. Bij saneringskredieten Indien borgtocht noodzakelijk is om een krediettransactie alsnog doorgang te laten vinden is borgstelling mogelijk op grond van artikel 49 WWB. Noot: voor boetes en fraudevorderingen ontstaan op of na 1 januari 2013 zijn geldt dat deze niet opgenomen kunnen worden in de schuldsanering. Deze vorderingen moeten volledig worden terugbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel