Het is de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende(n) om voor zover
mogelijk zelf in de bestaanskosten te voorzien.
Indien de inkomsten uit of in verband met arbeid onvoldoende zijn is ook
de vermogenspositie van belanghebbende(n) relevant.
In artikel 34 staat vermeld wat onder vermogen wordt verstaan. Dit wordt
in deze handreiking nog nader in aparte beleidsregels toegelicht.
De bepalingen gelden onverkort voor het recht op algemene bijstand.
Voor de bijzondere bijstandsverlening wordt grotendeels bij de
wettelijke bepalingen en de beleidsregels aangesloten.
Een uitzondering wordt gemaakt voor spaargelden opgebouwd tijdens
de bijstandsperiode, deze worden bij bijzondere bijstandsverlening,
langdurigheidstoeslag en minimaregelingen wel in aanmerking
genomen.
Is het positieve vermogen hoger dan de van
toepassing zijnde vrijlatingen dan wordt 100% van
het meerdere als draagkracht in aanmerking
genomen
Ook ten aanzien van de noodzakelijke aanschaf / of vervanging van
duurzame gebruiksgoederen voor mensen die langer dan 3 jaar onafgebroken
op het minimum
( lees 100%) zijn aangewezen en geen langdurigheidstoeslag
ontvangen geldt een afwijkende regeling. Deze luidt:
Is het positieve vermogen hoger dan 150% van de
bijstandsnorm op maandbasis, dan wordt het meerdere
volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
Deel 1
Artikel 1.3.2.
Draagkracht en vermogen
Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)