Naar hoofdinhoud

Deel 1

Artikel 1.3.2.

Draagkracht en vermogen

Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)

Het is de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende(n) om voor zover mogelijk zelf in de bestaanskosten te voorzien. Indien de inkomsten uit of in verband met arbeid onvoldoende zijn is ook de vermogenspositie van belanghebbende(n) relevant. In artikel 34 staat vermeld wat onder vermogen wordt verstaan. Dit wordt in deze handreiking nog nader in aparte beleidsregels toegelicht. De bepalingen gelden onverkort voor het recht op algemene bijstand. Voor de bijzondere bijstandsverlening wordt grotendeels bij de wettelijke bepalingen en de beleidsregels aangesloten. Een uitzondering wordt gemaakt voor spaargelden opgebouwd tijdens de bijstandsperiode, deze worden bij bijzondere bijstandsverlening, langdurigheidstoeslag en minimaregelingen wel in aanmerking genomen. Is het positieve vermogen hoger dan de van toepassing zijnde vrijlatingen dan wordt 100% van het meerdere als draagkracht in aanmerking genomen Ook ten aanzien van de noodzakelijke aanschaf / of vervanging van duurzame gebruiksgoederen voor mensen die langer dan 3 jaar onafgebroken op het minimum ( lees 100%) zijn aangewezen en geen langdurigheidstoeslag ontvangen geldt een afwijkende regeling. Deze luidt: Is het positieve vermogen hoger dan 150% van de bijstandsnorm op maandbasis, dan wordt het meerdere volledig als draagkracht in aanmerking genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel