In de organisatie zijn vergunningverlening en handhaving gescheiden van elkaar. Dit betekent op functieniveau dat vergunningverleners niet de door hun opgestelde vergunningen mogen handhaven.
Wel vindt er overleg plaats over de te verlenen vergunningen. Nadat de vergunningverlener de ontwerpbeschikking in concept heeft opgesteld wordt deze samen met de aanvraag voorgelegd aan de afdeling handhaving. Door een handhaver wordt de concept-ontwerpbeschikking getoetst op:
Handhaafbaarheid en eenduidigheid van de voorschriften;
Helderheid van de formulering van voorschriften;
Toetsen van de voorschriften aan de huidige milieuhygiënische inzichten zoals bijvoorbeeld de PGS-richtlijnen, de aangewezen BBT-documenten, de Handreiking industrielawaai en Vergunningverlening, Circulaire indirecte hinder etc.
Relatie met andere relevante milieuwetgeving zoals bijvoorbeeld het Vuurwerkbesluit of het Besluit externe veiligheid..
De scheiding tussen vergunningverleners en handhaving is verder functioneel gerealiseerd door dat vergunningverleners in een ander team zijn ondergebracht binnen de organisatie.
Roulatiesysteem
Om te voorkomen dat een te nauwe band ontstaat tussen de handhaver en de inrichting is een roulatiesysteem opgezet. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gedefinieerd:
Een toezichthouder voert niet meer dan:
maximaal eenmaal een handhavingstraject uit bij een inrichting type C- bedrijf. Na het aflopen van dit handhavingstraject zullen eerst twee andere inspecteurs een handhavingstraject bij de inrichting moeten hebben doorlopen alvorens deze inspecteur opnieuw een handhavingstraject mag opstarten maximaal twee handhavingstrajecten uit bij inrichting type B- bedrijven. Na het aflopen van deze handhavingstrajecten zullen eerst twee andere inspecteurs een handhavingstraject bij de inrichting moeten hebben doorlopen alvorens deze inspecteur opnieuw een handhavingstraject mag opstarten.
Wel merken wij op dat indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, hiervan gemotiveerd mag worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een inspecteur zeer specialistische kennis heeft op een vakgebied waar slechts weinigen binnen de Dienst over beschikken. Gezien de controlefrequenties voor de inrichtingen type A-bedrijven zal naar verwachting geen nauwe band ontstaan tussen de handhaver en het bedrijf.
Hoofdstuk
Artikel 5
Scheiding vergunningverlening en handhaving
Onderdeel van Milieuhandhavingsbeleid 2014 (Milieudienst IJmond)