Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 4

Artikel 9

Criteria voor dakkapellen

Onderdeel van Welstandsnota Wageningen 2010

1.. De sneltoetscriteria in dit artikel zijn enkel van toepassing op dakkapellen op woningen. 2.. De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan de woning. 3.. Boven en aan weerszijden van de dakkapel is een dakvlak aanwezig van minimaal 50 centimeter. Grenzend aan openbaar toegankelijk gebied bedraagt de afstand tussen de dakkapel en het eind van een dakvlak 1 meter. 4.. De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de dakvoet is minimaal 50 centimeter en maximaal 1 meter. 5.. De dakkapel is geplaatst op een dak met een heilingshoek van minimaal 30°, niet zijnde een wolfseind. 6.. De dakkapel is gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de indeling van de gevel. 7.. De hoogte van de dakkapel bedraagt maximaal 1,75 meter. 8.. De breedte van dakkapellen grenzend aan openbaar toegankelijk gebied is in totaal maximaa! 50% van de breedte van het dakvlak. 9.. Bij meerdere dakkapellen is er een tussenruimte van minimaal 1 meter. 10.. Er zijn maximaal twee dakkapellen aanwezig. 11.. De dakkapel heeft een plat dak of, indien de aankapping minimaal drie rijen pannen onder de nok blijft en de kap van het gebouw minimaal 45° is, een kap met helling van maximaal 40°. 12.. Geen platte en aangekapte dakkapellen in hetzelfde bouwblok. 13.. De dakkapel heeft ondoorzichtige zijwanden. 14.. Meerdere dakkapellen worden gerangschikt in een horizontale lijn en niet boven elkaar. 15.. Geen overmaat aan detailleringen, een overstek van maximaal 15 centimeter, een boeiboord met een hoogte van maximaal 25 centimeter en ornamenten. 16.. De raamindeling van de dakkapel past bij de architectuur van het hoofdgebouw. 17.. De dakkapel heeft, met uitzondering van de zijwanden, geen grote gesloten delen en geen borstwering. 18.. Materialen en kleuren zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

Rechtspraak bij dit artikel