**1..** De sneltoetscriteria in dit artikel zijn enkel van toepassing op bijgebouwen en overkappingen bij woningen.
**2..** Het bijgebouw of de overkapping is geen secundair bijgebouw of overkapping,
**3..** Het bijgebouw of de overkapping is geplaatst op het achtererf of zijerf.
**4..** Het bijgebouw of de overkapping is bij plaatsing op het zijerf minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn geplaatst.
**5..** De afstand van het bijgebouw of de overkapping tot een naburig erf bedraagt minimaal 1 meter.
**6..** De maximale goothoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt 3 meter,
**7..** De maximale hoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt 5 meter, indien sprake is van een plat dak is de maximale hoogte 3,25 meter.
**8..** De totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 50 m2.
**9..** Het bebouwingspercentage van het oorspronkelijke achtererf en zijerf bedraagt maximaal 50 %.
**10..** Het bijgebouw of de overkapping is vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond.
**11..** Geen overmaat aan detailleringen, een overstek van maximaal 25 centimeter of een boeiboord met een hoogte van maximaal 25 centimeter
**12..** Het bijgebouw of de overkapping heeft een zadeldak, licht hellend dak of een plat dak.
**13..** Het materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op het hoofdgebouw, dan wel uitgevoerd in metselwerk of hout.
**14..** Het kleurgebruik is niet te opvallend of is afgestemd op het hoofdgebouw.
**15..** Kleur- en materiaalgebruik zijn bij integratie met een erfafscheiding gelijk aan deze erfafscheiding.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 8
Criteria voor bijgebouwen en overkappingen
Onderdeel van Welstandsnota Wageningen 2010