Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3

Artikel 8

Criteria voor bijgebouwen en overkappingen

Onderdeel van Welstandsnota Wageningen 2010

1.. De sneltoetscriteria in dit artikel zijn enkel van toepassing op bijgebouwen en overkappingen bij woningen. 2.. Het bijgebouw of de overkapping is geen secundair bijgebouw of overkapping, 3.. Het bijgebouw of de overkapping is geplaatst op het achtererf of zijerf. 4.. Het bijgebouw of de overkapping is bij plaatsing op het zijerf minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn geplaatst. 5.. De afstand van het bijgebouw of de overkapping tot een naburig erf bedraagt minimaal 1 meter. 6.. De maximale goothoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt 3 meter, 7.. De maximale hoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt 5 meter, indien sprake is van een plat dak is de maximale hoogte 3,25 meter. 8.. De totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 50 m2. 9.. Het bebouwingspercentage van het oorspronkelijke achtererf en zijerf bedraagt maximaal 50 %. 10.. Het bijgebouw of de overkapping is vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond. 11.. Geen overmaat aan detailleringen, een overstek van maximaal 25 centimeter of een boeiboord met een hoogte van maximaal 25 centimeter 12.. Het bijgebouw of de overkapping heeft een zadeldak, licht hellend dak of een plat dak. 13.. Het materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op het hoofdgebouw, dan wel uitgevoerd in metselwerk of hout. 14.. Het kleurgebruik is niet te opvallend of is afgestemd op het hoofdgebouw. 15.. Kleur- en materiaalgebruik zijn bij integratie met een erfafscheiding gelijk aan deze erfafscheiding.

Rechtspraak bij dit artikel