Naar hoofdinhoud
1. De raadsvergadering bestaat uit een opiniërend en een besluitvormend deel. In het opiniërend deel vindt de politieke bespreking en het debat tussen de leden van de raad plaats. In het besluitvormend deel vindt alleen besluitvorming plaats en geen debat. 2. Ten behoeve van de beraadslagingen in het opiniërende deel van de raad kunnen leden van de raad uiterlijk tot zes werkdagen voor de vergadering verhelderende vragen indienen. Uiterlijk de tweede werkdag voor de vergadering ontvangen de raadsleden de beantwoording. Tijdens het opiniërende deel van de vergadering kunnen dergelijke vragen niet meer worden gesteld. De voorzitter ziet hierop toe. 3. Stukken die besproken zijn in het opiniërende deel worden voor besluitvorming geagendeerd in het besluitvormende deel van een volgende vergadering. Besluitvorming is eveneens mogelijk in het besluitvormende deel van dezelfde raadsvergadering, wanneer 1. de raad na beraadslaging in het opiniërende deel unaniem van mening is, dat daar reden toe is en 2. een stuk besproken is in een programmacommissie voorafgaande aan een raadsvergadering.

Rechtspraak bij dit artikel