Naar hoofdinhoud
1. De voorzitter zendt ten minste achttien dagen voor het opiniërend deel van de vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Voor het besluitvormend deel is deze termijn voor de oproep ten minste zes dagen voor de betreffende vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken voor het opiniërende deel van de vergadering worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad op elektronische wijze ter beschikking gesteld. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken voor het besluitvormende deel van de vergadering worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad op elektronische wijze ter beschikking gesteld. 3. In geval de raad conform het bepaalde in artikel 9, vijfde lid, extra vergadert kan de voorzitter in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een andere termijn van verzending van de oproep hanteren. Daartoe overlegt de voorzitter met het presidium.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel