Naar hoofdinhoud

Artikel Beleidskaders

Artikel Beleidskaders

Onderdeel van Cultuurnota gemeente Bladel

4.1 Hoofdlijnen In het standaardwerk Cultuurbeleid in Nederland (sinds 1993 periodiek uitgegeven door het ministerie van OCenW) wordt aangegeven dat er in beleidsmatig opzicht in de twintigste eeuw twee hoofdlijnen te onderscheiden zijn wat betreft de cultuurbevordering in ons land. Aan de ene kant zijn er door de overheden forse inspanningen geleverd om levensbeschouwelijk, sociaal of geografisch bepaalde gemeenschappen toe te rusten met bevoegdheden, gelden of voorzieningen, zodat deze gemeenschappen zich beter toegang konden verschaffen tot de diverse soorten van culturele voorzieningen. Langs deze hoofdlijn ontwikkelde zich de zorg voor de lokale omroep, de amateurkunst, de openbare bibliotheken en ook de streekmusea. De andere hoofdlijn houdt in dat de overheden zich hebben ingezet om cultuurgoederen van hoge artistieke of cultuurhistorische kwaliteit te steunen, cultuurgoederen die de levensbeschouwelijke of geografische signatuur overstegen. Hoofddoelstellingen die al sinds de jaren 70 in het cultuurbeleid van verschillende overheden continu terugkeren zijn: Het ontwikkelen en in stand houden van culturele waarden; Het toegankelijk maken van culturele objecten en manifestaties; Het bevorderen van de mogelijkheden voor de bevolking om in culturele waarden te participeren. Op het terrein van kunst en cultuur is er weinig wet- en regelgeving die voor gemeenten dwingend van karakter is. In de Wet op het specifiek cultuurbeleid wordt onder meer het verstrekken van specifieke uitkeringen door het rijk ten behoeve van cultuuruitingen geregeld. Andere wetten op het terrein van cultuur zijn: de monumentenwet 1988, gericht op de bescherming van het onroerend Nederlands cultuurbezit; de Wet tot behoud van cultuurbezit 1985 ter bescherming van het roerende Nederlandse cultuurbezit; de Auteurswet 1912 die het intellectuele eigendom regelt en beschermt van producten van creatieve inspanning; de Museumwet 1925 gericht op de opheffing of wijziging van bij erfstelling of legaat gestelde voorwaarden; de Archiefwet 1995, bedoeld om overheden goed te laten zorgen voor hun archiefbescheiden; de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars 1999 gericht op tijdelijke inkomensondersteuning voor professionele kunstenaars; en de Mediawet 1987 die onder meer regels stelt aan de verzorging van radio- en televisieprogramma’s. De belangrijkste wet voor gemeenten op het terrein van kunst en cultuur is feitelijk de Algemene wet bestuursrecht. Hierin wordt het wettelijk kader voor alle subsidieverstrekking, het belangrijkste beleidsinstrument op het gebied van cultuur, gegeven. 4.2 Taakverdeling tussen de overheden In tegenstelling tot veel andere terreinen van het maatschappelijk leven is op het gebied van cultuur slechts in beperkte mate geregeld welke overheden waar voor verantwoordelijk zijn. Op dit moment geldt voor de cultuursector de volgende globale en ongeschreven taakverdeling. Het rijk is verantwoordelijk voor: de subsidiëring van grootschalige culturele instellingen met een landelijke betekenis of functie; het subsidiëren van manifestaties en festivals van (inter)nationale betekenis; het stimuleren van experimenten en voorbeeldprojecten; het verzorgen van de indirecte steunfuncties; het inkomensbeleid ten aanzien van kunstenaars. De provincies zijn verantwoordelijk voor het stimuleren van een adequate spreiding van voorstellingen en activiteiten en het subsidiëren van directe steunfunctietaken zoals de begeleiding van instellingen, kaderleden en beroepskrachten en het bevorderen van kwaliteit. De provincie ziet het ook als haar taak om participatie en samenwerking tussen partijen te bevorderen. De gemeenten hebben de zorg voor: het financieren van die voorzieningen die zij voor de culturele infrastructuur van de gemeente noodzakelijk achten (lokale omroep, bibliotheek, gemeenschapshuizen, e.d.). het subsidiëren van activiteiten op het gebied van onder meer de beeldende kunst, de amateurkunst en de cultuureducatie. het instandhouden van podiumkunstaccommodaties. 4.3 Het provinciaal cultuurbeleid: “cultuur in uitvoering” In 2003 heeft het college van gedeputeerde staten de uitgangspunten voor uitvoering van het provinciaal cultuurbeleid 2005 – 2008 vastgesteld. In de periode 2005 – 2008 staan de volgende doelstellingen centraal: Vergroting van de culturele participatie Ontwikkeling van de culturele competenties Ontwikkeling van het culturele aanbod Vergroting van de culturele en ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving ad. 1 Vergroting van de culturele participatie De provincie wil stimuleren dat méér mensen participeren in cultuur. Dat kan door: samenwerking tussen (culturele) instellingen: cultuurinstellingen onderling, maar ook cultuur- en welzijnsinstellingen en cultuur- en zorginstellingen zoeken elkaar nog weinig op. Onbekend maakt onbemind. Wanneer bestaande netwerken met elkaar verbonden worden kan nieuw publiek worden aangesproken. Die nieuwe vormen van samenwerking wil de provincie Noord-Brabant stimuleren en ondersteunen waar mogelijk. samenwerking tussen provincie en gemeenten: het is van belang dat provincie en gemeenten in de toekomst in overleg treden teneinde goede projecten ook voor meerdere jaren levensvatbaar te maken. In de toekomstige Uitvoeringsnota Gemeenten zal in goed overleg met gemeenten nader worden uitgewerkt hoe de provincie Noord Brabant daaraan uitwerking zal geven. de ontwikkeling van cultuurproducten die aansluiten op de vraag: de provincie Noord Brabant ziet volop ruimte voor kunst- en cultuurproducten die gemaakt worden naar aanleiding van een specifieke vraag zoals voorstellingen in zorginstellingen of voorstellingen die aansluiten op de specifieke leerdoelen van het onderwijs. de ontwikkeling van kennis en kunde t.a.v. marketing van cultuurproducten: mede vanwege de groei van de vrijetijdsindustrie zal de culturele sector moeten investeren in marketingdeskundigheid om de strijd met andere aanbieders op de vrijetijdsmarkt niet te verliezen. De provincie investeert in kennis van publiekswerving en marketing en levert daarmee een bijdrage aan de verdere professionalisering van de sector. behoud en versterking van bestaande waardevolle vormen van cultuurparticipatie. Door de verschraling van het verenigingsleven dreigt de cultuurparticipatie in gevaar te komen. Om de cultuurparticipatie te behouden en te versterken ontwikkelt de provincie specifiek beleid dat erop gericht is het werk van culturele organisaties te kunnen blijven ontwikkelen en ondersteunen. Ad. 2 Ontwikkeling van de culturele competenties Genieten van kunst en cultuur doe je méér naarmate de kijker of luisteraar ook begrip heeft van - en voor - die vorm van cultuur. Cultuureducatie is het ontwikkelen van kennis, beoordelingsvermogen en belangstelling voor cultuur. Om een duurzame innovatie van de cultuureducatie van jong tot oud mogelijk te maken wil de provincie Noord-Brabant partijen bijeen brengen, verbindingen leggen tussen provinciaal en lokaal bestuur en koppeling bevorderen van activiteiten van provinciaal en lokaal werkende instellingen. De provincie stelt daarvoor middelen beschikbaar op basis van gedeelde verantwoordelijkheden en gedeelde financiering. Ad. 3 Ontwikkeling van het culturele aanbod De inzet van overheidsmiddelen in kunst en cultuur wordt steeds minder gelegitimeerd door ideële opvattingen. De burger van vandaag is op de eerste plaats een consument die zijn eigen keuzes maakt. De legitimatie van overheidsbemoeienis ten aanzien van kunst en cultuur verkeert daarmee in een crisis. Ook de provincie Noord Brabant is zich van die ontwikkeling bewust en wil een cultuurbeleid voeren waarin royaal plaats is voor de autonome kwaliteit van de kunst en cultuur. Daarom zet de provincie Noord Brabant zich in het overleg met de zuidelijke provincies en het rijk in voor de ontwikkeling en uitbouw van broedplaatsen voor jong talent en kent de provincie Noord-Brabant een vierjaarlijks (podium)kunstenplan dat cultuurmakers in staat stelt vier jaar in betrekkelijke rust te werken en kwaliteit te ontwikkelen. Ad. 4 Vergroting van de culturele en ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving Het is van groot belang dat de vele verschillende leefomgevingen die Noord-Brabant kent hun eigen identiteit uitstralen. De provincie wil stimuleren dat cultuurmakers al in een vroeg stadium worden betrokken bij de planvorming en de inrichting van de openbare ruimte. De relatie tussen de provincie en de gemeenten Structureel overleg tussen de provincie Noord-Brabant en de Brabantse gemeenten met betrekking tot cultuurbeleid is nu uiterst beperkt. Niettemin kunnen de vier beleidsdoelen van de provincie alleen effectief worden gerealiseerd wanneer de provincie een goed en regelmatig overleg heeft met gemeenten. De provincie zal met betrekking tot het cultuurbeleid haar ambtelijke organisatie zo inrichten dat een vorm van accountmanagerschap mogelijk wordt. Gemeentelijke cultuurnota’s vormen samen met de provinciale beleidsdoelen uitgangspunt voor gesprek. Omdat kleine gemeenten weinig mogelijkheden hebben om effectief cultuurbeleid te voeren wil de provincie inzetten op regionale samenwerking. In de realisatie van alle vier de doelstellingen van het provinciaal cultuurbeleid biedt regionale samenwerking veel meer kansen dan een ‘ieder voor zich’ benadering. Diverse onderwerpen kunnen baat hebben bij een regionale benadering: een regionale infrastructuur voor cultuureducatie in basis- en voortgezet onderwijs in de regio versterking van het culturele profiel van de regio ten behoeve van het toerisme regionale identiteit zichtbaar maken in een samenhangende culturele planologie samenwerking en ondersteuning in de opzet en uitwerking van gemeentelijk cultuurbeleid coördinatie en/óf co-financiering van festivals met een uitstraling in de hele regio samenwerking t.a.v. marketing en publiekswerving afstemming in de podium- en activiteitenprogrammering afstemming tussen gemeenten met betrekking tot het productieklimaat voor kunst en cultuur het delen van kennis en kunde tussen musea in een regio het delen van voorzieningen t.b.v.een compleet cultureel aanbod in een regio Wanneer de provincie haar beleid wijzigt en meer dan voorheen incidentele projectsubsidies koppelt aan cofinanciering en overleg met betrokken gemeente(n), kan dat ook consequenties hebben voor gemeentelijk cultuurbeleid. Het kan betekenen dat gemeenten meer dan voorheen bereid moeten zijn op onderdelen meer flexibele financiële middelen beschikbaar te stellen. Of bestaande middelen anders in te zetten. 4.4 Gemeentelijk cultuurbeleid Een groot deel van de Nederlandse culturele infrastructuur kan alleen bestaan door overheidssteun: subsidies van het rijk, provincies en gemeenten leggen de grondslag voor tal van culturele gebouwen, instellingen en manifestaties. De gemeenten nemen binnen dit geheel veruit het grootste deel voor hun rekening; zo’n 65% van de overheidsuitgaven voor kunst en cultuur worden gedaan door gemeenten. De reikwijdte van gemeentelijk cultuurbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door de omvang van een gemeente. Gezien de omvang van de gemeente Bladel is het zinvol om aandacht en middelen te concentreren op de kern van het gemeentelijk cultuurbeleid. Voor de eigen burgers is het interessanter wanneer het gemeentelijk cultuurbeleid zich richt op de eigenheden van de lokale gemeenschap, dan wanneer er middelen worden besteed aan zaken die men 10 kilometer verder ook kan aantreffen. Zo kan een goed toegeruste en opgeleide harmonie meer voor de gemeente betekenen dan het zoveelste kleine museum. Het culturele leven van de gemeente Bladel geeft kwaliteit aan het leefklimaat van de gemeente. Vorm en inhoud van kunst en cultuur moeten niet door de gemeente worden bepaald, deze worden in belangrijke mate bepaald door cultuurmakers en cultuurdragers. Cultuurmakers en –dragers richten zich daarbij op smaak en wensen van het publiek, maar nemen vaak ook de verantwoordelijkheid op zich het nieuwe en onbekende te presenteren en om daarvoor publieke belangstelling te kweken. Cultuurbeleid van een gemeente met de omvang van Bladel moet zich richten op de kerntaken faciliteren en stimuleren. In de komende beleidsperiode zal de gemeente zich blijven concentreren op het faciliteren van een basisinfrastructuur van voorzieningen door het beschikbaar stellen van accommodaties en budgetsubsidies. Stimulering zal voornamelijk plaatsvinden door middel van project- en waarderingssubsidies.

Rechtspraak bij dit artikel