Naar hoofdinhoud

Artikel Beleidsprogramma

Artikel Beleidsprogramma

Onderdeel van Cultuurnota gemeente Bladel

Voor het voeren van een kernachtig cultuurbeleid zijn in principe weinig regelingen nodig. Volstaan kan worden met subsidieverstrekking aan cultuurmakers en adequate ondersteuning van cultuurdragers. Vaak ligt het initiatief voor het starten van nieuwe culturele projecten of activiteiten bij particuliere personen en organisaties. Het doel van kernachtig gemeentelijk cultuurbeleid moet zijn dat deze initiatieven worden gestimuleerd en ondersteund. 5.1   Uitgangspunten Uit de startbijeenkomst en de gesprekken met de werkgroep kwamen vijf elementen naar voren: vernieuwing cultuureducatie cultuurdeelname voorwaarden en subsidiering kunst Vernieuwing Vernieuwing is een begrip dat op verschillende manieren kan worden uitgelegd. De een verstaat onder vernieuwing het betrekken van nieuwe doelgroepen, een ander verstaat onder vernieuwing het uitvoeren van nieuwe activiteiten. Als in het kader van het gemeentelijke cultuurbeleid wordt gesproken over vernieuwing dan gaat het over het ontplooien van initiatieven die afwijken van de bestaande praktijk met als doel een bijdrage te leveren aan de doelstellingen van gemeentelijk en/of provinciaal cultuurbeleid. Verenigingen en andere cultuurmakers formuleren hun eigen beleid en voeren dit uit. Vernieuwing maakt onderdeel uit van het reguliere beleid van verenigingen en andere cultuurmakers, het is geen taak van de gemeentelijke overheid om deze rol over te nemen. Gemeentelijk cultuurbeleid moet daarom vernieuwing niet opleggen, maar wel stimuleren. Cultuureducatie Genieten van kunst en cultuur doe je méér naarmate de kijker of luisteraar ook begrip heeft van - en voor - die vorm van cultuur. Cultuureducatie is het ontwikkelen van kennis, beoordelingsvermogen en belangstelling voor cultuur. Een duurzaam vergroot cultuurbereik kan het meest effectief kan worden bereikt wanneer mensen op jonge leeftijd kennis maken met kunst & cultuur. Cultuureducatie zou daarom een geïntegreerd onderdeel moeten zijn van het primair en voortgezet onderwijs. Aandacht voor cultuureducatie in het gemeentelijk beleid is belangrijk. Door aandacht voor cultuureducatie kan immers op termijn het cultuurbereik worden vergroot. Met name op provinciaal niveau is er veel aandacht voor cultuureducatie. De provincie en het Rijk hebben ook financiële mogelijkheden om initiatieven op het terrein van cultuureducatie te ondersteunen. Met betrekking tot cultuureducatie moet de gemeente niet het voortouw nemen, we moeten ontwikkelingen op provinciaal en rijksniveau wel volgen en bestaande budgetten tenminste handhaven. Op deze manier creëer je mogelijkheden om zelf goede initiatieven te ondersteunen, maar het is ook mogelijk om gemeentelijke middelen in te zetten om provinciale projecten samen met het veld te cofinancieren. Cultuurdeelname Een aanzienlijk deel van de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur ligt in haar vermogen verbindingen te leggen in en met die samenleving. Door te streven naar een grotere cultuurdeelname kan dit vermogen worden vergroot en wordt daarmee het maatschappelijk effect van cultuur groter. Cultuurparticipatie speelt zich in drie domeinen af: cultuurgenieters (publiek en bezoekers) cultuurmakers (muziek- en toneelgezelschappen, kunstenaars etc.) cultuurdragers (gemeenschapshuizen, expositieruimten etc.) Het gemeentelijk cultuurbeleid richt zich op het amateuristische deel van de cultuurmakers en dragers. In het algemeen kan worden gesteld dat het gemeentelijk beleid zich direct richt op cultuurmakers (bijvoorbeeld door middel van subsidie), indirect op cultuurgenieters en soms direct, soms indirect op cultuurdragers. In de Startnotitie Cultuurnota Gemeente Bladel wordt gesteld dat cultuur een mensenleven rijker maakt en daarmee de kwaliteit van leven in de samenleving op een hoger plan brengt. Cultuur levert daarmee een bijdrage aan de vorming en ontwikkeling van individuen en de gemeenschap. Het cultuurbeleid richt zich daarom op vergroting van de culturele participatie. Voorwaarden en subsidiering Verenigingen en andere cultuurmakers formuleren hun eigen beleid en voeren dit uit, dit is geen taak van de gemeente. Je kunt en moet als gemeente daarom niets verplichten. Zoals al gezegd kun je als gemeente echter wel faciliteren en stimuleren door te subsidiëren. Omdat het hier gaat over gemeenschapsgeld moet je er op toezien dat middelen worden aangewend voor het doel waarvoor zij bestemd waren. Het is tevens van belang dat we ons realiseren dat veel cultuurmakers en –genieters naast een directe subsidie ook indirect worden gesubsidieerd door het instandhouden van voorzieningen en accommodaties. Om voor een gemeentelijke subsidie in aanmerking te komen moet een cultuuruiting een zekere maatschappelijke relevantie hebben. Hieronder wordt verstaan dat de uiting ten goede moet komen aan de gemeenschap en er moet een behoefte aan bestaan. Verder moet de subsidieontvanger naar buiten treden. Uitvoeringen en voorstellingen moeten toegankelijk zijn voor iedereen die daar interesse in heeft. De enige uitzondering op deze voorwaarde wordt gemaakt voor activiteiten die gericht zijn op cultuureducatie. Het is een individuele keuze van mensen om cultuur te maken en te genieten als vorm van vrijetijdsbesteding en ontspanning. Cultuurmakers en –genieters dienen daarom een redelijke eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van hun hobby. Deze voorwaarde is niet van toepassing op jeugd. Om jeugd te stimuleren om cultuur te maken of cultuur te genieten mogen initiatieven op dit terrein voor een substantieel deel worden gesubsidieerd. Beeldende kunst Onder beeldende kunst worden materiële kunstuitingen verstaan, over het algemeen in openbare ruimten. Hierbij kan worden gedacht aan beeldhouwkunst, schilderkunst, tekenkunst, graveerkunst en fotografie. De directe (financiële) bijdrage van de gemeente aan beeldende kunst is beperkt. In de gemeente Bladel zijn veel mensen actief bezig met beeldende kunst. Volgens het veld is er een grote behoefte aan expositiemogelijkheden. Om aan deze behoefte te voldoen kan de hal van het gemeentehuis om niet worden gebruikt voor exposities. 5.2   Doelstelling De doelstellingen van het gemeentelijke cultuurbeleid zijn: het op positieve wijze beïnvloeden van de “levensstijl” van de gemeente Bladel; het tenminste in stand houden van dat wat we aan kunst en cultuur in de gemeente hebben; behoud en onderhoud van voor de gemeenschap waardevolle culturele objecten en voorzieningen; stimuleren en faciliteren van de culturele verscheidenheid; het toegankelijk maken en houden van cultuur voor zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Bladel; ondersteunen en stimuleren van innovatieve particuliere initiatieven. 5.3 Instrumenten Subsidies Zoals in hoofdstuk 4 al is opgemerkt is voor gemeenten op het terrein van cultuur de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wellicht de belangrijkste wet. Het belangrijkste instrument voor de uitvoering van cultuurbeleid is subsidieverstrekking en de Awb biedt hiervoor het wettelijke kader. In de Algemene subsidieverordening welzijn is dit algemene wettelijke kader vertaald naar de Bladelse situatie. De Algemene subsidieverordening vormt het algemene en formele kader voor alle welzijnssubsidies. De subsidies die in het kader van het cultuurbeleid worden verstrekt vallen hiermee ook onder de reikwijdte van de Algemene subsidieverordening. In de Algemene subsidieverordening worden verschillende subsidiesoorten onderscheiden. Deze subsidiesoorten worden ook ingezet bij de realisering van het gemeentelijk cultuurbeleid. Bij de uitvoering van het cultuurbeleid kunnen de volgende subsidiesoorten worden ingezet: Budgetsubsidies: een subsidie waarbij een instelling een bedrag ontvangt om een tevoren goedgekeurd activiteitenpakket uit te voeren en verantwoording aflegt over de omvang en de kwaliteit van de uitgevoerde activiteiten. Voorbeelden: subsidies aan muziek- en toneelverenigingen. Projectsubsidies: een subsidie waarbij een instelling een bedrag ontvangt om een vooraf goedgekeurd project uit te voeren. Voorbeelden: de stimuleringsregelingen cultuureducatie en cultuurinnovatie. Waarderingssubsidies: een subsidie waarbij een instelling een bedrag ontvangt voor activiteiten die de gemeente van belang vindt, zonder deze naar aard of inhoud te willen beïnvloeden en zonder de uitvoering of de voortzetting ervan, van subsidiëring afhankelijk te maken. Voorbeeld: de cultuurprijs. Investeringssubsidie: een subsidie nodig voor het verwerven, aanleggen, bouwen, her- of verbouwen, uitbreiden of inrichten van ondersteunende welzijnsaccommodaties, dan wel voor het verwerven van duurzame goederen die voor de uitvoering van activiteiten/projecten noodzakelijk zijn. Toetsing en beoordeling Zoals gezegd vormt de Algemene subsidieverordening (ASV) het algemene en formele kader voor alle welzijnssubsidies en daarmee dus ook voor de cultuursubsidies. In artikel 21 van de ASV is bepaald dat het college van B&W bevoegd is om nadere regels te stellen met betrekking tot het verstrekken van welzijnssubsidies. Voor subsidies ten behoeve van cultuur kan het wenselijk zijn nadere regels te stellen. Deze regels kunnen niet vooraf exact worden vastgesteld, er kan wel een kader voor nadere regels worden geformuleerd. De budgetsubsidies voor cultuur zijn gebaseerd op de participatievisie. Voorop staat dat zoveel mogelijk amateur-kunstenaars hun kunst kunnen beoefenen en de gemeente stelt zich terughoudend op als het gaat om het beoordelen van de kwaliteit van de artistieke prestaties. De volgende cultuurcategorieën kunnen worden onderscheiden: instrumentale muziek, toneel, media en literatuur, cultuurbehoud en –geschiedenis, volksfeesten en herdenkingen en cultuureducatie. Binnen iedere cultuurcategorie kunnen aanvragen worden beoordeeld op grond van de volgende maatstaven: Kwaliteit: De aanwezigheid van de artistieke leiding, gediplomeerd en/of erkend door de brancheorganisatie; De wijze waarop de opleiding van de leden en van het kader is georga­niseerd; Deelname aan erkende kwaliteitscircuits; Maatschappelijk belang: De samenstelling van het ledenbestand, waaronder het aantal actieve leden en de leeftijdsopbouw; Het publieksbereik in de gemeente; Het aantal (openbare) culturele activiteiten, dat de instelling organiseert of waaraan wordt deelgenomen; Gemeentelijk belang Activiteiten die bijdragen aan de uitstraling van de gemeente; Openbare optredens, presentaties of exposities in de regio of daarbuiten; Bijzondere public relations-, promotie- en marketinginspanningen; Onder kwaliteit valt ten eerste de aanwezigheid en de professionele kwalificaties van de artistieke leiding. Ook de manier waarop men omgaat met scholing is een maatstaf voor de kwaliteit van een club. Het laatste criterium gaat over de vraag of men is aangesloten bij een koepelorganisatie of ander federatief verband. Daarbij hoort ook bijvoorbeeld de deelname aan concoursen en andere wedstrijden. Het maatschappelijk belang dat een vereniging heeft voor een gemeente ligt in de sfeer van de actieve en passieve participatie. Hier kan worden gekeken naar de opbouw van het ledenbestand, naar de vraag of er veel mensen uit de eigen gemeente lid zijn of juist niet etc. Ook de vraag in welke mate er sprake is van contact met het publiek via optredens, uitvoeringen, exposities of anderszins is hier aan de orde. Het laatste criterium onder dit kopje gaat over het aantal culturele activiteiten, dat de instelling organiseert of waaraan wordt deelgenomen. Hoe actief is men, wat heeft men de gemeenschap te bieden? De laatste drie criteria hebben te maken met de bijdrage van een vereniging aan de positieve uitstraling van de gemeente en hebben minder gewicht dan de criteria onder kwaliteit en maatschappelijk belang. Cultuurprijs Voor inwoners en plaatselijke organisaties, instellingen en verenigingen die zich op het gebied van kunst en cultuur op opmerkelijke wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de Bladelse gemeenschap, is de gemeentelijke cultuurprijs ingesteld. Stimuleringsregeling cultuureducatie Van kunst en cultuur geniet je méér naarmate de kijker of luisteraar ook begrip heeft van - en voor - die vorm van cultuur. Om als gemeente een bijdrage te leveren aan het uitgangspunt cultuureducatie heeft de gemeente een stimuleringsregeling cultuureducatie. De regeling heeft als doel cultuureducatie op scholen voor primair onderwijs te stimuleren. Scholen kunnen voorstellen voor cultuureducatieprojecten indienen, maximaal 50% van de projectkosten kunnen door de gemeentelijke bijdrage worden gedekt. Op basis van het aantal leerlingen geldt er een maximum bijdrage per school. Stimuleringsregeling cultuurinnovatie Om invulling te geven aan de uitgangspunten vernieuwing, cultuurdeelname en kunst heeft de gemeente een stimuleringsregeling cultuurinnovatie. Via deze regeling kunnen projecten worden ondersteund die een bijdrage leveren aan vernieuwing en/of cultuurdeelname en/of openbare beeldende kunst. De initiatieven voor deze projecten kunnen worden genomen door cultuurmakers en cultuurdragers. De maximum bijdrage per project of activiteit is € 1.500. De middelen kunnen worden aangewend voor uiteenlopende activiteiten en projecten. Gedacht kan worden aan literaire activiteiten, culturele contacten en uitwisselingen, (multidisciplinaire) voorstellingen en manifestaties, de aanschaf van kunstwerken, etc. Het belangrijkste doel van de regeling is dat er cultuuruitingen mee mogelijk worden gemaakt die anders niet zouden kunnen worden gerealiseerd. Instellingen op het gebied van amateurkunst kunnen éénmaal per jaar en maximaal drie jaar achter elkaar een bijdrage in de kosten van een project, festival of andere culturele activiteit aanvragen. In deze regeling zijn ook culturele experimenten subsidiabel. Om ervoor te zorgen dat een te subsidiëren project iets extra’s biedt ten opzichte van bestaande culturele activiteiten is een aantal voorwaarden aan de regeling verbonden: Er vindt samenwerking plaats met een of meer culturele organisaties in de gemeente; Aan de activiteit worden educatieve of andere activiteiten (workshops en dergelijke) gekoppeld om de instroom van (jeugd)leden te bevorderen; Bij de activiteit worden jongeren of andere groepen met een geringe cultuurparticipatie betrokken; De activiteit voegt iets toe aan het reguliere cultuuraanbod in de gemeente. Projecten moeten minstens aan één van deze voorwaarden voldoen om aanspraak op subsidie te kunnen maken. Doel van twee van deze voorwaarden is om de actieve deelname van mensen te vergroten, in het bijzonder van jeugd, jongeren en van andere groepen die normaal gesproken minder snel met kunst en cultuur in aanraking komen. Ook het bevorderen van samenwerking tussen amateurkunstbeoefenaars en professionals of tussen amateurkunstverenigingen en andere culturele organisaties komt tot uitdrukking in de voorwaarden. Facilitering De gemeente Bladel faciliteert cultuuruitingen door het in stand houden van gemeenschapshuizen in alle kernen. In principe is de gemeente Bladel bereid om het gemeentehuis als expositieruimte voor beeldende kunst ter beschikking te stellen en hier een actieve rol in te spelen. Voor het zover kan zijn dient echter onderzocht te worden wat de ruimtelijke mogelijkheden zijn en wat de consequenties zijn voor beveiliging, verzekering, etc. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud van kunstwerken in de openbare ruimte. 5.4 Budgetten In de opdracht van de raad aan het college om het cultuurbeleid van de gemeente Bladel te actualiseren is gesteld dat een en ander moet gebeuren binnen de budgetten die nu beschikbaar zijn voor cultuur. De budgetsubsidies voor instrumentale muziek, toneel, media en literatuur, cultuurbehoud en –geschiedenis, volksfeesten en herdenkingen en cultuureducatie blijven op het huidige niveau en volgen de jaarlijks vastgestelde index voor prijsstijgingen. De project- en waarderingssubsidies zijn gefixeerd en bedragen voor 2007: Stimuleringsregeling cultuureducatie 5.000,00 Stimuleringsregeling cultuurinnovatie 4.000,00 Cultuurprijs 1.250,00 De budgetten voor cultuursubsidies worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld in het jaarprogramma Welzijn.

Rechtspraak bij dit artikel