**1.** Degene die het voornemen heeft om binnen de vrijstelling van artikel 21:
een boorput voor een gesloten bodemenergiesysteem op te richten of in exploitatie te nemen;
een grond- of funderingswerk uit te voeren, meldt dit bij Gedeputeerde Staten.
Op de melding is artikel 31 van toepassing.
**2.** Een melding van een activiteit als bedoeld in het vorige lid, onder a, bevat in aanvulling op artikel 31, tenminste de volgende gegevens:
de naam, adres- en woonplaatsgegevens van degene in wiens opdracht de boorput wordt opgericht en de eigenaar of erfpachter van de boorputlocatie;
de kadastrale gegevens van de boorputlocatie;
de thermische gegevens van het gesloten bodemenergiesysteem, gedetailleerde informatie over de warmtepompinstallatie, de toe te passen materialen, de boormethode, het aantal lussen en de diameters van de buisleidingen;
een situatietekening waarop is aangegeven:
de exacte ligging van de boorput;
een gedetailleerde beschrijving van de boorwerkzaamheden met bijbehorend boorprofiel;
een verklaring waaruit blijkt dat het boorbedrijf gecertificeerd is tot uitvoering van mechanische boringen conform het VKB-protocol 2006, vrijgegeven op 20 september 2007 door het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer, ondergebracht bij de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda;
een verklaring waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de kwaliteits- en beheerseisen, alsmede de uitvoeringsrichtlijnen, zoals vastgelegd in de ISSO-publicatie 73, Ontwerp en uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 22
Meldingsplicht boringsvrije zones
Onderdeel van Besluit van Provinciale Staten van 4 februari 2013 houdende regels ter bescherming van het milieu (PMV)