**1.** Het is buiten een inrichting in een waterwingebied verboden:
stoffen, combinaties van stoffen of vloeistoffen, preparaten of andere producten te hebben, te gebruiken, te vervoeren of op of in de bodem te brengen, waarvan degene die deze handeling verricht, weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat ze, op of in de bodem gebracht of gerakend, de bodem ver¬ontreinigen of kunnen verontreinigen;
een constructie of werk op of in de bodem op te richten, tot stand te brengen, aan te leggen, te hebben of te gebruiken, als daarmee verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem of aantasting van de bescher¬mende werking van bo¬demlagen ontstaat of kan ontstaan;
handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd, met inbegrip van het oprichten, in exploitatie nemen of hebben van een bodemenergiesysteem.
**2.** Onder de stoffen, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden in elk geval begrepen aardolie en aardolieproducten, afvalstoffen, IBC-bouwstoffen, grond of baggerspecie waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt, meststoffen als bedoeld in de Meststoffenwet alsmede gewas¬beschermingsmiddelen en biociden als bedoeld in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
**3.** Onder de constructies of werken, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden in elk geval begrepen boorputten, grond- en funderingswerken, wegen, parkeergelegenheden voor motorvoertuigen, kampeerterreinen, recreatiecentra, leidingen, installaties, opslagreser¬voirs, begraafplaatsen en terreinen voor de uitstrooiing van as.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 7