Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 7.

Volgorde van invordering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal gemeente Midden-Delfland 2014

Het is mogelijk dat de belanghebbende bij de gemeente verschillende schulden/ boetes heeft openstaan. In artikel 4:92, tweede lid van de Awb is opgenomen dat de belanghebbende bij het aflossen zelf kan aangeven op welke vordering dit bedrag in mindering wordt gebracht. In de praktijk komt dit nauwelijks voor. In de Wwb, de Ioaw en de Ioaz is niets opgenomen over de volgorde van invordering van vorderingen en/of boetes. Om hierover duidelijkheid te geven is dit artikel opgenomen. In het eerste lid is bepaald dat de aflossingen het eerst in mindering worden gebracht op boetes, dan op fraudevorderingen, vervolgens op overige vorderingen en tenslotte op geldleningen. Hiermee wordt recht gedaan aan het ‘lik-op-stuk’-beleid dat het ministerie van Sociale Zaken voorstaat als het gaat om boetes. In bepaalde situaties kan dit echter leiden tot ongewenste effecten. Een ongewenst effect kan zijn dat de vordering gebruteerd moet worden omdat deze vordering niet binnen het kalenderjaar kan worden afgelost vanwege de voorrang die aan de inning van de boete wordt gegeven. Dit wordt voorkomen door het tweede lid, sub b. Met het opnemen van het tweede lid, sub c worden extra administratieve handelingen voorkomen (maken van een beschikking, handelingen in het uitkeringensysteem) die het gevolg zijn als een lopende aflossing op een vordering moet worden opgeschort om de boete direct te kunnen innen, terwijl de vordering nagenoeg (binnen zes maanden) is afgelost. In dat geval is er voor gekozen eerst de vordering af te lossen en daarna de boete te innen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel