Ieder lid van de raad kan schriftelijke vragen gericht aan het college of de
burgemeester indienen.
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van
een toelichting worden voorzien.
De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor
dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en
het college of de burgemeester worden gebracht.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval
binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet
binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
antwoord.
De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de
griffier aan de leden van de raad medegedeeld.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, in de eerstvolgende
raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen
nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college
gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 4
Artikel 39
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014