Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider

Onderdeel van Gemeenteblad 2014-14 Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Maassluis 2014

In een aantal gevallen zal blijken dat het voor een leerling niet mogelijk is zelfstandig met het openbaar vervoer of per fiets te reizen. Leerling is jonger dan negen jaar In artikel 10 is bepaald dat ouders van leerlingen in het primair onderwijs in aanmerking komen voor bekostiging van de vervoerskosten, als de afstand van de woning naar de school meer dan zes kilometer is. Als daarbij de leerling jonger is dan negen jaar, en de ouders hebben aangetoond dat het kind niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of fiets gebruik te maken, komen de ouders in aanmerking voor de bekostiging van de vervoerskosten voor een begeleider. Hiervan kan sprake zijn indien de leerling meerdere malen moet overstappen of indien de route niet veilig is. Structurele handicap Ouders van leerlingen die door hun structurele handicap niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, komen in aanmerking voor bekostiging van de vervoerskosten voor de leerling én een begeleider, ongeacht de afstand van de woning naar de school. De vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Wanneer sprake is van een tijdelijke handicap (bijvoorbeeld een gebroken been) valt het vervoer onder de verantwoordelijkheid van de ouders. Wanneer de leerling een groot gedeelte van het schooljaar in verband met – bijvoorbeeld – herstel van een operatie en/of revalidatie niet of niet zelfstandig met het openbaar kan reizen, kunnen ouders een aanvraag voor een vervoersvoorziening indienen. Als criterium wordt dan een termijn van drie maanden gehanteerd. Begeleiding Begeleiding in het vervoer is primair een taak van de ouders. Als zij niet in staat zijn hun kind te begeleiden, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Zo kan ook een familielid, een kennis, een oppas, een van de buren, een ouder van een andere leerling of een klassenassistent de leerling begeleiden. Wie de leerling ook daadwerkelijk begeleidt, de bekostiging vindt plaats aan de ouders van de leerling. Als een begeleider meer dan een leerling begeleidt, wordt de begeleider slechts één maal bekostigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel