Een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer dient in principe slechts in uitzonderingsgevallen te worden toegekend. Deze uitzonderingen zijn in artikel 12 vastgelegd.
Eerste lid, onderdeel a: Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf uur en kan met aangepast vervoer tot 50% of minder worden teruggebracht.
Bij een reisduur tot anderhalf uur met het openbaar vervoer komt de vrijheid van de ouders om voor een bepaalde school te kiezen niet in de knel, zo oordeelde de ABRvS.
Van belang is hier de omschrijving van het begrip reistijd; zie hiervoor de toelichting bij artikel 1.
Het kan voorkomen dat voor de heenreis (woning – school) de reistijd van anderhalf uur met het openbaar vervoer overschreden wordt, terwijl dit voor de terugreis niet het geval is (of vice versa). In een dergelijk geval wordt er voor de heenreis aangepast vervoer toegekend, en voor de terugreis bekostiging op basis van openbaar vervoer.
Overigens kunnen ouders, als zij op basis van het criterium reistijd aanspraak op aangepast vervoer maken, niet van het college eisen dat de totale reistijd ook daadwerkelijk tot 50% of minder wordt teruggebracht.
Eerste lid, onderdeel b: Openbaar vervoer ontbreekt
In een aantal gemeenten ontbreekt openbaar vervoer geheel of rijdt zo weinig frequent dat leerlingen daar geen gebruik van maken voor het vervoer van de woning naar de school of terug. Een voorbeeld is de Horizon Gelinckschool in Oostvoorne.
Eerste lid, onderdeel c: Begeleiding van de leerling in het openbaar onderwijs is niet mogelijk
De ouders dienen op een voor de gemeente bevredigende wijze aan te tonen dat het onmogelijk is om hun kind in het openbaar vervoer te begeleiden, of dat deze begeleiding tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden. Van ouders mag worden verwacht dat zij allereerst zelf een oplossing zoeken voor het (laten) vervoeren van hun kinderen, wanneer dit nodig is.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel passend onderwijs in de Tweede Kamer op 15 maart 2012 is een amendement van de leden Dijkgraaf en Ferrier aangenomen en overgenomen. Dit amendement heeft betrekking op de positie van de ouders inzake het leerlingenvervoer. In de toelichting staat:
De positie van de ouders inzake leerlingenvervoer mag door de invoering van passend onderwijs niet verzwakken. Niet alleen moet het aanbod passend zijn voor de leerling, maar ook moet de inzet die van de ouderswordt gevraagd redelijk zijn. Van ouders mag uiteraard een bepaalde mate van inzet verwacht worden, maar die inzet mag niet zover gaan dat de mogelijkheid van het leerlingenvervoer illusoir wordt.
In de artikel 4 van de Wpo. Wvo en Wec is dit als volgt verankerd:
De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is.
Eerste lid, onderdeel d: Leerling kan door zijn handicap niet van het openbaar vervoer gebruik maken
Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer. De vraag of een leerling als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om de vraag of een leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Zie verder de toelichting op artikel 11, onder het kopje ‘Structurele handicap’.
Tweede lid: Kosten van de begeleiding
Soms is begeleiding in het aangepast vervoer noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer een leerling verzorging nodig heeft, of in het geval een leerling bepaald ongewenst gedrag vertoont. In dit geval worden alleen de kosten van het vervoer die aan deze begeleiding verbonden zijn vergoed. Ook kan de gemeente een plaats beschikbaar stellen in het aangepast vervoer. Salariskosten worden niet vergoed. Voor medische begeleiding tijdens het vervoer is de gemeente niet verantwoordelijk.
Artikel 12.
Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
Onderdeel van Gemeenteblad 2014-14 Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Maassluis 2014