In de meeste gevallen wordt bekostiging verstrekt voor de periode van een schooljaar. Het college heeft op basis van dit artikel de ruimte om per leerling de termijn voor de vervoersvoorziening te bepalen. Dit biedt de mogelijkheid om voor een gehele schoolperiode een vervoersvoorziening te verstrekken wanneer niet te verwachten is dat er verandering optreedt in de situatie van de leerling. Daarnaast biedt het ook de mogelijkheid om een vervoersvoorziening toe te kennen voor een deel van het schooljaar indien te verwachten is dat de situatie van de leerling gedurende het schooljaar verandert. Van deze beleidsruimte wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt indien te verwachten is dat de leerling binnen een bepaalde periode geleerd kan worden om zelfstandig naar school te reizen.
Deze bepaling biedt ook de mogelijkheid om de wijze en het tijdstip van de bekostiging te bepalen. De bekostiging vindt in maandelijkse termijnen plaats, waarbij het schooljaar is verdeeld in 10 termijnen (september tot en met juni) Indien redenen bestaan om aan te nemen dat de bekostiging anders dan aan het vervoer van de leerling wordt besteed (bijv. vanwege schulden), kan het college een abonnement verstrekken aan de leerling (eventueel via de school).
Indien blijkt dat het ontvangen termijnbedrag niet wordt besteed voor het vervoer van de leerling of indien de leerling langdurig van school verzuimt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening en wordt ten onrechte genoten bekostiging teruggevorderd (artikel 6, lid 3 en 4).
Artikel 4.
Toekenning vervoersvoorziening
Onderdeel van Gemeenteblad 2014-14 Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Maassluis 2014