De voorzieningen
Onder de niet bouwkundige of woontechnische voorzieningen
behoren onder andere
de inrichting van een uitraasruimte,
onderhoud, keuring en reparatie van een woning,
tijdelijke huisvesting,
een verhuis- en herinrichtingvergoeding en
een woningsanering.
De uitraasruimte
De belanghebbende met een aantoonbare beperking op grond
van ziekte of gebrek, uit mondend in een gedragsstoornis
die leidt tot ernstig ontremd gedrag, kan in aanmerking
komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten
van een uitraasruimte. Die mogelijkheid is er alleen als
vaststaat dat de belanghebbende door de afzondering in
de uitraasruimte tot rust kan komen.
Voor de realisatie van een uitraasruimte wordt bij
belanghebbenden vanaf achttien jaren een eigen aandeel
in rekening gebracht dat is gebaseerd op de feitelijke
realisatiekosten.
Voor een uitraasruimte die is bedoeld om overlast voor
huisgenoten te beperken wordt een maatwerkoplossing
gerealiseerd. Hiervoor is een financiële tegemoetkoming
mogelijk.
Voor de inrichting van de uitraasruimte wordt advies
gevraagd van een onafhankelijk psychiater, psycholoog of
orthopedagoog.
De uitraasruimte is in beginsel beperkt van omvang en
wordt afgestemd op de mate waarin sprake is van ernstig
ontremd gedrag.
De ruimte wordt zodanig ingericht dat belanghebbende tot
rust kan komen, geen prikkels opdoet en er veilig is
voor zichzelf.
De ruimte bevat voorzieningen voor toezicht. Technische
apparatuur om toezicht te kunnen uitoefenen valt niet
onder de voorziening.
In samenhang met de inrichting van de uitraasruimte kan
een andere ruimte, bijvoorbeeld de slaapkamer van de
belanghebbende, ook aangepast worden.
Onderhoud, keuring en reparatie van een woning
De belanghebbende die een voorziening vraagt in het kader van
kosten van onderhoud, keuring en reparatie kan daarvoor in
aanmerking komen indien:
de woonvoorziening haar grondslag heeft in een
wettelijke voorziening,
de belanghebbende de woonruimte als hoofdverblijf heeft
en
de voorziening in natura kan worden verstrekt, tenzij de
kosten van de voorziening deel uit maken van de
verstrekking van een woonvoorziening als
persoonsgebonden budget. In dat geval wordt een passend
bedrag vastgesteld op basis van ervaringsbedragen.
Tijdelijke huisvesting
De belanghebbende die een voorziening vraagt in de niet
vermijdbare dubbele woonlasten 1. bij tijdelijke
huisvesting in een zelfstandige woonruimte of 2. bij de
noodzaak de bestaande woning langer te moeten aanhouden,
krijgt de feitelijke lasten tot aan de maximum huurgrens
ingevolge de Wet op de huurtoeslag voor een periode van
maximaal zes maanden vergoed.
De belanghebbende die een voorziening vraagt in de niet
vermijdbare dubbele woonlasten bij tijdelijke
huisvesting in een niet zelfstandige woonruimte, krijgt
de helft van de feitelijke lasten tot aan de maximum
huurgrens ingevolge de Wet op de huurtoeslag voor een
periode van zes maanden vergoed.
Verhuis- en herinrichtingvergoeding
De belanghebbende die verhuist van een niet adequate woning naar
een adequate woning kan in aanmerking komen voor een financiële
tegemoetkoming tot een maximum van € 2.500,00.
Primaat van de verhuizing bij wonen in een geschikt huis
Als vast staat dat een woningaanpassing noodzakelijk is,
wordt eerst beoordeeld of een snellere en/of financieel
gunstigere verhuizing naar een al aangepaste woning, of
naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning
een oplossing biedt (de goedkoopst adequate
oplossing).
Het primaat van de verhuizing vervalt, als blijkt
dat
de woonlasten (eigen of huurwoning),
het tijdbestek waarbinnen een oplossing nodig
is,
de snelheid waarmee een aanpassing mogelijk
is,
de balans tussen negatieve aspecten voor de
belanghebbende en (financiële) voordelen voor de
gemeente, leiden, c.q. leidt tot een negatieve
uitkomst voor de belanghebbende.
Verhuizen of aanpassen
De volgende kosten worden afgewogen bij de bepaling van de
voorziening.
De huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten
van de bewoonde woonruimte.
De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
herinrichtingskosten.
De eventuele aanpassingskosten van de nieuwe
woning.
De kosten van het eventueel vrijmaken van de
woning.
De eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving.
Verhuizen en de geschiktheid van een huis
Bij een verhuizing met keuzemogelijkheden dient de
verhuizende belanghebbende te kiezen voor het meest
geschikte huis, tenzij de gemeente na overleg vooraf een
andere woning acceptabel heeft verklaard.
Bij een verhuizing van een geschikt naar een minder
geschikt huis wordt een woningaanpassing alleen vergoed
als belanghebbende werk heeft aanvaard op zodanige
afstand dat verhuizen noodzakelijk is. Een vergelijkbare
reden kan ook tot vergoeding leiden.
Bij een echtscheiding die impliceert dat de aangepaste
woning niet langer bewoond kan worden, wordt verwacht
dat belanghebbende vooraf contact opneemt met de
gemeente. In dat geval volgt overleg en onderzoekt de
gemeente wat de goedkoopst compenserende oplossing
is.
Verhuizen bij voorzienbare veranderingen
Als voorspelbare veranderingen worden aangemerkt de
verhuizing 1. bij gezinsuitbreiding naar een grotere
woning, 2. van de jong volwassene die zelfstandig wil
wonen en 3. bij wonen in een woning die binnen een
periode van vijf jaren afgebroken of onbewoonbaar zal
worden verklaard.
De eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende staat
voorop als een voorspelbare verhuizing zich aandient. De
essentie is dat de belanghebbende voorziet dat de eigen
situatie op termijn zodanig wijzigt dat minimaal een
woningaanpassing of verhuizing nodig is.
De belanghebbende die te lang wacht met de keuze voor
een andere woning, komt niet voor een voorziening in
aanmerking tenzij er redenen zijn toch een uitzondering
te maken.
Financiële tegemoetkoming bij verhuizing
Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en
inrichtingskosten wordt verstrekt zodra de bewoner
belemmeringen ondervindt bij het normale gebruik van de
woning en die belemmeringen via een verhuizing op
verzoek van het college op de goedkoopst compenserende
wijze kunnen worden opgelost.
Voor een vergoeding moet sprake zijn van één of meer van
de volgende opties.
De aanvrager gaat vanwege problemen met het
normale gebruik van de woning verhuizen naar een
adequate woning.
De aanvrager vraagt een woonvoorziening aan in
de vorm van een woningaanpassing, en na onderzoek
blijkt verhuizen de goedkoopst compenserende
oplossing te zijn voor het woonprobleem. Ook
mogelijk is dat de betreffende woning niet kan
worden aangepast.
De aangepaste woning dient te worden vrijgemaakt
voor een persoon die in een niet aangepaste woning
woont.
Is een verhuizing, gelet op leeftijd, gezins- en
woonsituatie algemeen gebruikelijk dan wordt geen
financiële tegemoetkoming toegekend.
Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en
herinrichtingskosten wordt niet toegekend gekend als
belanghebbende is verhuisd voordat op de aanvraag is
beschikt. Indien achteraf, n uiterlijk binnen drie
maanden na de verhuizing, alsnog kan worden vastgesteld
dat er in de verlaten woning problemen bij het normale
gebruik van de woning werden ondervonden, kan alsnog een
financiële tegemoetkoming worden toegekend.
Woningsanering
Voor een woningsanering wordt een tegemoetkoming
verleend gelijk aan de normbedragen in de Nibud
richtlijnen. Een verstrekking is alleen mogelijk indien
de te vervangen vloerbedekking en/of gordijnen nog niet
zijn afgeschreven. Is de afschrijvingstermijn onbekend,
dan bepaalt het college de afschrijvingstermijn.
Voor een woningsanering wordt bij belanghebbenden vanaf
achttien jaren een eigen aandeel in rekening gebracht
dat is gebaseerd op de feitelijke kosten.
Het eigen aandeel wordt gedurende maximaal drie jaren in
periodes van vier weken in rekening gebracht tot een
maximum van 75% van de financiële tegemoetkoming.
Carapatiënten
Is door een huisarts en/of longarts de diagnose gesteld
dat sprake is van een allergie, astma of chronische
bronchitis (CARA), dan is toekenning van een financiële
tegemoetkoming voor woningsanering mogelijk.
De sanering bestaat in de regel uit nieuwe
vloerbedekking in de slaapkamer, maar bij kinderen onder
de vier jaren kan ook een nieuwe vloerbedekking in de
woonkamer worden gelegd.
De noodzaak voor een financiële vergoeding wordt mede
bepaald in relatie tot het levenspatroon en leefregels.
Relevant zijn bijvoorbeeld de woninginrichting,
ventilatiemogelijkheden en het rookgedrag. Het college
kan hierover advies vragen, eventueel met inschakeling
van een gespecialiseerde Caraverpleegkundige.
De belanghebbende dient zich na de aanschaf van nieuwe
materialen aan het programma van eisen voor de
woninginrichting te houden en dient zelf waar mogelijk
maatregelen te treffen ter voorkoming van
CARA-klachten.
De tegemoetkoming wordt geweigerd
als de aanvrager bij aanschaf van een artikel
redelijkerwijs had kunnen weten dat hij daarop
overgevoelig zou reageren of
als de gevraagd voorziening niet tot verbetering
van de situatie van aanvrager leidt of
als de te vervangen stoffering is afgeschreven,
dan wel ouder is dan twaalf jaren of
bij een verhuizing omdat dan rekening kan worden
gehouden met de ondervonden klachten.
De tegemoetkoming wordt normaal gesproken
verstrekt als de belanghebbende bij de aanschaf
van materialen vooraf niet had kunnen weten dat
CARA zou ontstaan, of dat die zou verergeren en
als vervanging medisch gezien op zeer korte
termijn noodzakelijk is.
De tegemoetkoming wordt in hoogte afgestemd op
de afschrijvingstermijn van de stoffering:
100% als het artikel tot en met 2 jaren oud is,
75% als het artikel 3 tot en met 5 jaren oud is,
50% als het artikel 6 tot en met 8 jaren oud is,
25% als het artikel 9 tot en met 11 jaren oud
is.
Eigen aandeel Voor een woningaanpassing uit dit artikel wordt
bij belanghebbenden vanaf achttien jaren een eigen aandeel in
rekening gebracht dat gedurende maximaal drie jaren in periodes
van vier weken in rekening wordt gebracht tot een maximum van
75% van de financiële tegemoetkoming.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Een niet bouwkundige of niet woontechnische voorziening
Onderdeel van Besluit Wmo Voorst 2014