Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Een niet bouwkundige of niet woontechnische voorziening

Onderdeel van Besluit Wmo Voorst 2014

De voorzieningen Onder de niet bouwkundige of woontechnische voorzieningen behoren onder andere de inrichting van een uitraasruimte, onderhoud, keuring en reparatie van een woning, tijdelijke huisvesting, een verhuis- en herinrichtingvergoeding en een woningsanering. De uitraasruimte De belanghebbende met een aantoonbare beperking op grond van ziekte of gebrek, uit mondend in een gedragsstoornis die leidt tot ernstig ontremd gedrag, kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van een uitraasruimte. Die mogelijkheid is er alleen als vaststaat dat de belanghebbende door de afzondering in de uitraasruimte tot rust kan komen. Voor de realisatie van een uitraasruimte wordt bij belanghebbenden vanaf achttien jaren een eigen aandeel in rekening gebracht dat is gebaseerd op de feitelijke realisatiekosten. Voor een uitraasruimte die is bedoeld om overlast voor huisgenoten te beperken wordt een maatwerkoplossing gerealiseerd. Hiervoor is een financiële tegemoetkoming mogelijk. Voor de inrichting van de uitraasruimte wordt advies gevraagd van een onafhankelijk psychiater, psycholoog of orthopedagoog. De uitraasruimte is in beginsel beperkt van omvang en wordt afgestemd op de mate waarin sprake is van ernstig ontremd gedrag. De ruimte wordt zodanig ingericht dat belanghebbende tot rust kan komen, geen prikkels opdoet en er veilig is voor zichzelf. De ruimte bevat voorzieningen voor toezicht. Technische apparatuur om toezicht te kunnen uitoefenen valt niet onder de voorziening. In samenhang met de inrichting van de uitraasruimte kan een andere ruimte, bijvoorbeeld de slaapkamer van de belanghebbende, ook aangepast worden. Onderhoud, keuring en reparatie van een woning De belanghebbende die een voorziening vraagt in het kader van kosten van onderhoud, keuring en reparatie kan daarvoor in aanmerking komen indien: de woonvoorziening haar grondslag heeft in een wettelijke voorziening, de belanghebbende de woonruimte als hoofdverblijf heeft en de voorziening in natura kan worden verstrekt, tenzij de kosten van de voorziening deel uit maken van de verstrekking van een woonvoorziening als persoonsgebonden budget. In dat geval wordt een passend bedrag vastgesteld op basis van ervaringsbedragen. Tijdelijke huisvesting De belanghebbende die een voorziening vraagt in de niet vermijdbare dubbele woonlasten 1. bij tijdelijke huisvesting in een zelfstandige woonruimte of 2. bij de noodzaak de bestaande woning langer te moeten aanhouden, krijgt de feitelijke lasten tot aan de maximum huurgrens ingevolge de Wet op de huurtoeslag voor een periode van maximaal zes maanden vergoed. De belanghebbende die een voorziening vraagt in de niet vermijdbare dubbele woonlasten bij tijdelijke huisvesting in een niet zelfstandige woonruimte, krijgt de helft van de feitelijke lasten tot aan de maximum huurgrens ingevolge de Wet op de huurtoeslag voor een periode van zes maanden vergoed. Verhuis- en herinrichtingvergoeding De belanghebbende die verhuist van een niet adequate woning naar een adequate woning kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming tot een maximum van € 2.500,00. Primaat van de verhuizing bij wonen in een geschikt huis Als vast staat dat een woningaanpassing noodzakelijk is, wordt eerst beoordeeld of een snellere en/of financieel gunstigere verhuizing naar een al aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een oplossing biedt (de goedkoopst adequate oplossing). Het primaat van de verhuizing vervalt, als blijkt dat de woonlasten (eigen of huurwoning), het tijdbestek waarbinnen een oplossing nodig is, de snelheid waarmee een aanpassing mogelijk is, de balans tussen negatieve aspecten voor de belanghebbende en (financiële) voordelen voor de gemeente, leiden, c.q. leidt tot een negatieve uitkomst voor de belanghebbende. Verhuizen of aanpassen De volgende kosten worden afgewogen bij de bepaling van de voorziening. De huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de bewoonde woonruimte. De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten. De eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning. De kosten van het eventueel vrijmaken van de woning. De eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving. Verhuizen en de geschiktheid van een huis Bij een verhuizing met keuzemogelijkheden dient de verhuizende belanghebbende te kiezen voor het meest geschikte huis, tenzij de gemeente na overleg vooraf een andere woning acceptabel heeft verklaard. Bij een verhuizing van een geschikt naar een minder geschikt huis wordt een woningaanpassing alleen vergoed als belanghebbende werk heeft aanvaard op zodanige afstand dat verhuizen noodzakelijk is. Een vergelijkbare reden kan ook tot vergoeding leiden. Bij een echtscheiding die impliceert dat de aangepaste woning niet langer bewoond kan worden, wordt verwacht dat belanghebbende vooraf contact opneemt met de gemeente. In dat geval volgt overleg en onderzoekt de gemeente wat de goedkoopst compenserende oplossing is. Verhuizen bij voorzienbare veranderingen Als voorspelbare veranderingen worden aangemerkt de verhuizing 1. bij gezinsuitbreiding naar een grotere woning, 2. van de jong volwassene die zelfstandig wil wonen en 3. bij wonen in een woning die binnen een periode van vijf jaren afgebroken of onbewoonbaar zal worden verklaard. De eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende staat voorop als een voorspelbare verhuizing zich aandient. De essentie is dat de belanghebbende voorziet dat de eigen situatie op termijn zodanig wijzigt dat minimaal een woningaanpassing of verhuizing nodig is. De belanghebbende die te lang wacht met de keuze voor een andere woning, komt niet voor een voorziening in aanmerking tenzij er redenen zijn toch een uitzondering te maken. Financiële tegemoetkoming bij verhuizing Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten wordt verstrekt zodra de bewoner belemmeringen ondervindt bij het normale gebruik van de woning en die belemmeringen via een verhuizing op verzoek van het college op de goedkoopst compenserende wijze kunnen worden opgelost. Voor een vergoeding moet sprake zijn van één of meer van de volgende opties. De aanvrager gaat vanwege problemen met het normale gebruik van de woning verhuizen naar een adequate woning. De aanvrager vraagt een woonvoorziening aan in de vorm van een woningaanpassing, en na onderzoek blijkt verhuizen de goedkoopst compenserende oplossing te zijn voor het woonprobleem. Ook mogelijk is dat de betreffende woning niet kan worden aangepast. De aangepaste woning dient te worden vrijgemaakt voor een persoon die in een niet aangepaste woning woont. Is een verhuizing, gelet op leeftijd, gezins- en woonsituatie algemeen gebruikelijk dan wordt geen financiële tegemoetkoming toegekend. Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten wordt niet toegekend gekend als belanghebbende is verhuisd voordat op de aanvraag is beschikt. Indien achteraf, n uiterlijk binnen drie maanden na de verhuizing, alsnog kan worden vastgesteld dat er in de verlaten woning problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden, kan alsnog een financiële tegemoetkoming worden toegekend. Woningsanering Voor een woningsanering wordt een tegemoetkoming verleend gelijk aan de normbedragen in de Nibud richtlijnen. Een verstrekking is alleen mogelijk indien de te vervangen vloerbedekking en/of gordijnen nog niet zijn afgeschreven. Is de afschrijvingstermijn onbekend, dan bepaalt het college de afschrijvingstermijn. Voor een woningsanering wordt bij belanghebbenden vanaf achttien jaren een eigen aandeel in rekening gebracht dat is gebaseerd op de feitelijke kosten. Het eigen aandeel wordt gedurende maximaal drie jaren in periodes van vier weken in rekening gebracht tot een maximum van 75% van de financiële tegemoetkoming. Carapatiënten Is door een huisarts en/of longarts de diagnose gesteld dat sprake is van een allergie, astma of chronische bronchitis (CARA), dan is toekenning van een financiële tegemoetkoming voor woningsanering mogelijk. De sanering bestaat in de regel uit nieuwe vloerbedekking in de slaapkamer, maar bij kinderen onder de vier jaren kan ook een nieuwe vloerbedekking in de woonkamer worden gelegd. De noodzaak voor een financiële vergoeding wordt mede bepaald in relatie tot het levenspatroon en leefregels. Relevant zijn bijvoorbeeld de woninginrichting, ventilatiemogelijkheden en het rookgedrag. Het college kan hierover advies vragen, eventueel met inschakeling van een gespecialiseerde Caraverpleegkundige. De belanghebbende dient zich na de aanschaf van nieuwe materialen aan het programma van eisen voor de woninginrichting te houden en dient zelf waar mogelijk maatregelen te treffen ter voorkoming van CARA-klachten. De tegemoetkoming wordt geweigerd als de aanvrager bij aanschaf van een artikel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij daarop overgevoelig zou reageren of als de gevraagd voorziening niet tot verbetering van de situatie van aanvrager leidt of als de te vervangen stoffering is afgeschreven, dan wel ouder is dan twaalf jaren of bij een verhuizing omdat dan rekening kan worden gehouden met de ondervonden klachten. De tegemoetkoming wordt normaal gesproken verstrekt als de belanghebbende bij de aanschaf van materialen vooraf niet had kunnen weten dat CARA zou ontstaan, of dat die zou verergeren en als vervanging medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is. De tegemoetkoming wordt in hoogte afgestemd op de afschrijvingstermijn van de stoffering: 100% als het artikel tot en met 2 jaren oud is, 75% als het artikel 3 tot en met 5 jaren oud is, 50% als het artikel 6 tot en met 8 jaren oud is, 25% als het artikel 9 tot en met 11 jaren oud is. Eigen aandeel Voor een woningaanpassing uit dit artikel wordt bij belanghebbenden vanaf achttien jaren een eigen aandeel in rekening gebracht dat gedurende maximaal drie jaren in periodes van vier weken in rekening wordt gebracht tot een maximum van 75% van de financiële tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel