Lid 1
Per jaar worden minimaal twee gesprekken met de medewerker gevoerd door de direct leidinggevende, een beoordelings-/plannings-/resultaat-/-ontwikkelgesprek en een voortgangsgesprek.
Lid 2
Op verzoek van de medewerker of als de direct leidinggevende dit nodig vindt, kan vaker een beoordelingsgesprek of voortgangsgesprek worden gehouden.
Lid 3
De beide gesprekken worden vastgelegd op het formulier gesprekscyclus.
Lid 4
Met de medewerker worden in principe elk jaar afspraken gemaakt over opleiding en ontwikkeling.
Lid 5
Conform hoofdstuk 17 van de CAR-UWO wordt ten minste eens per drie jaar een persoonlijk ontwikkelplan (POP) opgesteld.