Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:10

B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg

Het verbod in artikel 2:10 A, eerste lid, geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:28, achtste lid en artikel 2:28 A; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18. Het is verboden op, aan, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 3. Het verbod in artikel 2:10 A, eerste lid, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale wegenverordening. De weigeringsgrond van artikel 2:10 A, tweede lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van artikel 2:10 A, tweede lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken; De weigeringsgrond van artikel 2:10 A, tweede lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel