Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college een openbare plaats of gedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Het verbod in het eerste lid, geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
zover over in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale wegenverordening;
De weigeringsgrond in het tweede lid, onder b, geldt niet:
voor bouwwerken;
voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer;
Het verbod in het eerste lid, geldt niet voor door het college aangewezen categorieën van voorwerpen en mits deze voorwerpen voldoen aan het bepaalde in de nadere regels.
Het college kan nadere regels voor de aangewezen categorieën vaststellen ter bescherming van belangen als bedoeld in het [tweede] lid en kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor een meldingsplicht geldt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:10
Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg