Lid 1

Om voor de FPU-Gemeenten in aanmerking te komen, dient de medewerker:

  • - geboren te zijn vóór 1950;
  • - op 1 april 1997 ABP-deelnemer te zijn geweest en sindsdien te zijn gebleven;
  • - tien jaar voordat de medewerker gebruik wil maken van de FPU-Gemeenten, onafgebroken gewerkt te hebben bij (een) werkgever(s), die bij het ABP is/zijn aangesloten;
  • - ontslag te worden verleend op grond van artikel 8:11 van de CAR en
  • - nog geen gebruik te hebben gemaakt van een seniorenregeling uit CAR UWO.

Lid 2

Met ‘onafgebroken’ in lid 1 sub c wordt bedoeld, dat deze periode maximaal twee maanden onderbroken mag worden. De laatste 6 maanden voorafgaand aan de FPU mogen niet onderbroken worden.