Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1. medewerker:
a. de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR;
b. ingehuurde/gedetacheerde medewerkers met een inhuur- of detacheringsperiode van minimaal 12 maanden;
2. leidinggevende: de medewerker die door het college is belast met de aansturing van de medewerker, inclusief de uitvoering van de HRM-taken;
3. HR-gesprekscyclus: het geheel van formele gesprekken (planningsgesprek; voortgangsgesprek en evaluatiegesprek) die medewerker en leidinggevende op vaste momenten gedurende een jaar voeren en die zijn gericht op:
a. verbinding leggen met de organisatiedoelstellingen
b. sturen op resultaat (in werkzaamheden en in ontwikkeling)
c. motiveren en ontwikkelen van de medewerkers;
4. Loopbaanplan: set van afspraken met betrekking tot doorstroming naar een andere passende functie (vastgelegd op het formulier “Loopbaanplan”). Het initiatief hiervoor ligt bij de medewerker.
5. POP: Persoonlijk OntwikkelingsPlan, conform artikel 17:1:1 van de CAR/UWO. Waar in deze regeling “medewerker, hij, zijn” staat, kan ook worden gelezen: “medewerkster, zij, haar”.