Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Planningsgesprek

Onderdeel van Regeling HR-gesprekscyclus gemeente De Wolden 2013

1. De medewerker en de leidinggevende voeren elk jaar een planningsgesprek. De leidinggevende nodigt de medewerker uit voor het planningsgesprek, waarbij er tenminste een week voorbereidingstijd zit tussen de uitnodiging en het gesprek. 2. In het planningsgesprek wordt in elk geval aandacht besteed aan de doelstellingen van de werkeenheid en welke bijdrage de medewerker daaraan levert; (speerpunten in) het takenpakket van de medewerker; te maken resultaatafspraken; houding en gedrag/competenties. Daarnaast aan de randvoorwaarden die de medewerker nodig heeft, om genoemde doelstellingen en resultaatafspraken te kunnen realiseren. Daarbij komen in elk geval ook de (gewenste) ontwikkeling en eventuele ambities van de medewerker aan de orde. Op verzoek van de medewerker kan een loopbaanplan (of POP) worden opgesteld. 3. In het planningsgesprek komen medewerker en leidinggevende resultaatafspraken overeen voor een bepaalde periode. Daarbij gaat het enerzijds om (2 tot 3) resultaatafspraken met betrekking tot producten/resultaten (output) in het werk, in relatie tot de afdelings- of organisatiedoelstellingen. Anderzijds om (1 tot 3) resultaatafspraken met betrekking tot ontwikkeling1 van houding, gedrag en vaardigheden van de medewerker. 4. Voorstellen voor resultaatafspraken kunnen zowel door de medewerker als door de leidinggevende worden ingebracht in het gesprek. Daarbij kan de medewerker aangeven wat hij nodig heeft om die resultaatafspraken te realiseren. 5. De resultaatafspraken kunnen normatief van aard zijn of het kan verbeterafspraken betreffen. Normatieve afspraken gaan vaak over een bepaald (aantal) product(en) of een resultaat, dat binnen de gestelde periode is afgerond en voldoet aan de gestelde eisen. Verbeterafspraken zijn gericht op verbetering van werkprocessen of op gewenste of vereiste ontwikkeling in kennis, houding of gedrag. 6. De resultaatafspraken worden zo SMART mogelijk geformuleerd, dat wil zeggen: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. 7. De in het vierde t/m zesde lid genoemde afspraken worden vastgelegd op het formulier “Verslag planningsgesprek”. 8. Als de medewerker en de leidinggevende het niet eens worden over de te maken afspraken, dan wordt de situatie voorgelegd aan de naasthogere leidinggevende. Deze hoort beiden en doet op basis daarvan een uitspraak. Indien gewenst kan de medewerker zijn zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval tekent de medewerker voor gezien. 9. Het “Verslag planningsgesprek” wordt in beginsel door de medewerker ingevuld en ondertekend door zowel leidinggevende als medewerker. Medewerker en leidinggevende krijgen een afschrift; het origineel wordt (gesloten) bewaard in het personeelsdossier.

Rechtspraak bij dit artikel