Recht op langdurigheidstoeslag op grond van de wet en deze verordening heeft de belanghebbende die:
langdurig een laag inkomen heeft;
op de dag van een aanvraag voor langdurigheidstoeslag geen in
aanmerking te nemen vermogen, zoals bedoeld in artikel 1, derde
lid, van deze verordening heeft;
geen zicht heeft op inkomensverbetering.
Geen langdurigheidstoeslag wordt toegekend wanneer belanghebbende in de afgelopen 36 maanden:
wegens een gedraging van de 4de categorie een maatregel opgelegd heeft gekregen; of
wegens tekort schietend besef van verantwoordelijkheid een
maatregel opgelegd heeft gekregen; of
wegens het verlies van een passende en toereikende voorliggende
voorziening door toepassing van de bestuurlijke boete een maatregel opgelegd heeft gekregen; of
een maatregel opgelegd heeft gedragen op grond van het zeer ernstig misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren; of
een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen op grond van schending van de inlichtingenplicht die geleid heeft tot een benadelingsbedrag